Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als zij een toon voeren even alsof de God van de geheele aarde een partijgod ware, staande aan het hoofd van de partij waartoe zij behooren — hoe zou een beschaafde, fijngevoelige geest dan een gevoel van tegenzin kunnen onderdrukken? Maar wat zegt dat ? Mag men de waarde van de poëzie afmeten naar Etlles wat maar maat of rijm heeft? Daartegen protesteren Apollo en al de Muzen! Maar dan mag men ook de waarde van de godsdienst voor het aesthetisch gebied niet afmeten naar de wansmakelijke vormen waarin zij zich somtijds vertoont, evenmin als men haar zelf beoordeelen mag naar den stroom van langdradige, sentimentele of zoetelijke lektuur, die men voor stichtelijk wil doen doorgaan, maar stichtelijk gelijk lucus a non-lucendo. Er is bovendien in de godsdienst zooveel onnatuur, zooveel versteende vorm van hetgeen in den kinderlijken leeftijd der wereld schoon was, maar in den tegenwoordigen wanstaltig is, gelijk de geest van een kind in het ligchaam van een man. 't Was in dit ééne opzigt mogelijk bij vele oude volken beter gesteld dan bij ons, toen hun godsdienst vreugde ademde en zij door feesten en spelen hun Goden vereerden, gelijk Schiller zingt:

U we tempels lachten als paleizen;

U verheerlijkten , in 't feest-gejoel,

Helden , 'kampend om de eereprijzen;

En de wagens stormden heên naar 't doel.

Hoe bekoorlijk , hoe vol ziel was 't dansen

Sluiten