Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van de reijen rondom uw altaar!

Uwe slapen sierden lauwerkransen,

Kroonen 't geur-verspreidend haar!

Doch niet de godsdienst der Grieken, alleen de ware godsdienst is de schoonste poëzie, zij is de zondag van het leven. Ik denk daarbij niet aan eenige godsdienstige sekte, niet aan even scherp betwiste als verdedigde formules; maar ik denk aan die ware godsdienst, waarvan de stichting dagteekent van de ure, toen God den mensch naar zijn beeld en gelijkenis schiep, die nooit geheel van de aarde geweken is, maar waarvan wij de meer heldere of flaauwe sporen in elke godsdienst aanschouwen; die ware godsdienst, waarvan wij in 's menschen schepping de geboorte, in de geschiedenis van Israël en de heidenen de jeugd enjonglingsjaren zien, en waarvan wij eens in het christendom den volwassen leeftijd hopen te aanschouwen. Dat wat het waar en eeuwig christendom leert, wij zeggen het met den Dichter, dien gij alle kent:

Dat was het, wat uw stem ons lang had toegefluisterd,

Volschoone schepping Gods , die van den Schepper tuigt! Dat is 't geheim, Natuur ! dat gij in 't oor ons fluistert,

Wanneer ons hoofd zich peinzend buigt.

Dat wat de nacht den nacht, de dag den dag doet hooren: — Wij waren traag van geest, wij waren hard van ooren,

Uw beeldspraak had voor ons geen zin! —

//Zoek God niet boven zon en maan en morgensterre,

//Noch vraag uw priestren uit! De Vader is niet verre; «Keer, mensch! keer tot u zeiven in !"

Sluiten