Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der historie worden voortdurend scherper afgetekend. Zo ging het ook toen. Kon de apostel er zich aanvankelijk toe bepalen de christenen te vermanen tot onderworpenheid aan, ja, waardering van het staatsgezag, weldra kwam de tijd, dat hij met de gebaren en handelingen van de macht van Rome niet langer kon meegaan, maar steeds meer aarzelend zijn schreden inhield, en er zich met innerlijke weerzin van afkeerde. Het conflict tusschen christendom en staat

was gekomen.

En het kón niet anders, — het moest komen. Want om het maar rondweg uit te spreken: het christendom had, evengoed als het oude jodendom, zijn verregaande pretenties, en het getuigt slechts van helderheid van inzicht, dat mannen als Hitier en de zijnen dat ook zeer goed hebben begrepen. Het christendom toch beperkt zich niet enkel tot het gebied van het bovenzinnelijke en het „Jenseitige", maar komt er, zij het in meer, zij het in minder markante taal, rond voor uit dat het de dingen hier op aarde naar zijn hand wil zetten en hier op de wereld een Godsrijk wil stichten, en daarvoor, evengoed als het nationaal-socialisme, den „totalen mens voor zich opeist. Er is een preek van den beroemden, orthodoxen, engelsen predikant Spurgeon, getiteld „Geen plaats voor het Kindeke", waarin hij in gedachten met den Jonggeborene van Bethlehem de hele wereld rondreist, en bij elke stap tegen de hele wereld dondert, omdat er ook nog heden ten dage voor Hem geen plaats is, noch in de paleizen der koningen, noch in de vergaderzalen der parlamenten, noch op de beurzen, noch in de fabrieken, noch op de handelskantoren, noch in het openbaar leven. Als men wil,

Sluiten