Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zo laat hij zich uit in I Cor. 8:5, „van vele „goden" en vele „heren", maar voor óns bestaat er maar één God, de Vader, uit wien alle dingen zijn, en die ons doel is, en één „Heer", door wien alle dingen zijn, ook wij."

Het leed niet lang, of de kwestie beperkte zich niet enkel tot de strijd om een titel, maar kreeg ook betrekking op vormen en gebruiken. Allereerst over het maken van een buiging en het branden van enkele korrels wierook voor de beeltenis des keizers. Nu weet ik wel: protestanten staan tegenover het gebruik van wierook eenigszins huiverig, ja, zijn daarvoor met zekere bijgelovige vrees vervuld. Schrijver dezes herinnert zich nog heel goed, dat hij, zelfs niet op zijn eigen kamer voor de eerste maal een stukje wierook kon branden zonder dat het hart hem een ogenblik klopte. Voor de rooms-catholieken is dit niet zoveel bijzonders; ze zijn er eigen en vertrouwd mee, en nog veel meer was dit het geval met de volken van het Oosten; voor hen was het gebruik daarvan een eenvoudig eerbewijs, zowel als een genotmiddel. Bij feestelijke gelegenheden een paar korrels wierook op het vuur te werpen had voor den romeinsen burger voorzeker weinig meer in, dan het voor den tegen woordigen duitser inheeft de „nazi-groet" te brengen. Heden ten dage maken duizenden kinderen van christenouders in Amerika elke morgen bij het binnenkomen van de school een buiging voor de „sterrenen-strepen-vlag"; duizenden andere kinderen maken in België dag aan dag een buiging voor het beeld van de koning, en in Duitsland voor dat van Hitier; en dat eenmaal „en règle" vindende, kan men toch moeilijk begrijpen, hoe de eerste christenen toch zo onver -

Sluiten