Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

We zullen op grond van het tot nu toe geschrevene zeker wel niet verdacht worden van vooringenomenheid jegens het nationaal-socialisme, maar moeten toch zeggen, dat het niet anders dan de consequente ontwikkeling vormt van de staats-idée. Als het nationaal-socialisme zegt: Wij winnen en wij moeten winnen, want, historisch gezien zijn wij nu eenmaal aan de beurt, dan heeft het, zover de blik der menselijke logica xeikt, daarin schoon gelijk.

Het beheer, dat door de nationaal-socialistische staat gevoerd wordt, is toch immers niet veel anders dan dat, hetwelk tijdens de grote wereldoorlog door alle staten werd ingesteld, toen ze het ganse burgerlijke en maatschappelijke leven onder hun leiding namen, en niet weinig moeite deden om ook zelfs het denken des volks te beheersen. Men meende toen nog wat men als een tijdelijke noodtoestand had iningericht, later wel weer geheel te kunnen afbreken en spoorloos te kunnen opruimen. Maar er is een spreekwoord, luidende, dat wie eenmaal A heeft gezegd, straks wordt genoodzaakt om ook B te zeggen. En waar men eenmaal gezien had, dat de verspreide en latente volkskrachten het beste mobiel gemaakt werden, als ze allemaal werden heengeleid door de kabels van het staatsverband, daar moest men er wel van zelf toe komen, om datgene, wat in oorlogstijd proefhoudend was gebleken, ook in vredestijd te willen bestendigen. Zo vormt dan de leuze van Mussolini: ,,Niets tegen de staat, alles vóór de staat, alles dóór de staat" slechts de doorgave van een parool, dat reeds in de oorlogstijd werd uitgegeven, en dat voorshands gedurende onafzienbare tijd wel steeds luider zal blijven weerklinken. De meermalen van

Sluiten