Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te brengen. „De Oranjepaarden", zo hoorden we het één hunner uitdrukken, „hebben dit jaar dapper gedraafd langs de stal van Bethlehem." Maar de vraag is, of ze de rust en de Goddelijke wijding daar niet min of meer gestoord hebben.

Overigens was „het verband" gemakkelijk genoeg te leggen. Het werd op de meest directe wijze uitgesproken door den dichter Werumeüs Buning, die een „Feest-ode" schreef, welke, op muziek gezet, via de radio door heel het land weerklonk, en waarin hij het nieuwe gebeuren eenvoudig zag als een vervolg op het oude, toen er „een Rijsje voortkwam uit de afgehouwen tronk van Isaï en een scheut uit zijn wortelen vrucht droeg."

„Als de herders aan de poort van de stal.

Zo zitten wij te wachten,

Al onder een groene oranjeboom,

Waaraan men nieuw loof mag verwachten.

Ik heb van mijn vader en moeder gehoord,

Zij zongen van velerlei.

Herodes heeft zoveel kinders vermoord,

Op een nieuw kind wachten wij.

Groen weiland is ons land,

Vrij land is onze wei,

Er staat een ster aan de Noordzeekant,

En de kribbe is nog vrij."

Men kan echter nog niet zeggen, dat dit gedicht van religieuze aard is. Hier wordt alleen nog maar een parallel getrokken, al is het dan op niet juist fijne en smaakvolle manier. Maar de lijnen vallen hier nog niet samen.

Dit is zeer zeker wél het geval in het volgende versje, dat, op een fraaie plaat gedrukt, in duizenden godsdienstige huisgezinnen aan de wand hangt:

Sluiten