Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De houding van den vereenzaamden christen in deze wereld als „gast" en als „vreemdeling".

Maar we weten zeer wel, dat de kerken niet bereid zijn, deze houding aan te nemen, maar in de associëring met de staatsmacht en met de verering van zijn emblemen nog verder en altijd verder zullen voortvaren. En daarom blijft ons alleen maar over te bespreken, hoe in een wereld als deze, en met een kerk, die zich zózeer met de tegenwoordige wereld vereenzelvigd heeft, de houding mag zijn van den enkelen christen, die, ook al had hij heel de wereld tegenover zich, in dezen naar de geest des evangelies wenst te leven en te handelen.

Schoon wat het verstandelijke en stoffelijke betreft tot in de uiterste perfectie georganiseerd, zodat elk onderdeel aan elkaar is verhecht, is deze wereld geestelijk in atomen uitééngevallen; ,,de Herder is in deze wereld geslagen, en dus moeten de schapen verstrooid worden," en elk hunner moet op aarde een eenzaam leven leiden en kan maar voor zichzelf de weg bepalen, die hij te gaan heeft. Maar allen hebben dit kenmerk, dat ze naar het woord van de dichter, de wereld doorgaan „meer zeegnend dan verliefd". Zeegnend, en derhalve „in de wereld en vóór de wereld; maar niet verliefd, en dus niet „van de wereld".

Daardoor zal de christen zich moeten vergenoegen met in deze wereld een zeer uitzonderlijke en tevens zeer bescheiden positie in te nemen, en afstand doen van de pretentie, die tegenwoordig maar aan al te velen eigen is, alsof deze wereld onmogelijk alle vierentwintig uren zou kunnen rondwentelen, als zij niet bij de noordpool aan de kruk staan te draaien.

Sluiten