Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn, dat we toebehoren aan een andere wereldorde, dan weten we, dat we in deze wereld niet anders kunnen verkeren dan, gelijk dezelfde Schrift zegt, als „gasten en als vreemdelingen".

We weten tegenwoordig uit de positie der joden in Duitsland wat het inheeft, ergens als vreemdeling te moeten leven. De jood heeft in Duitsland geen stemrecht meer, is uitgesloten van nagenoeg alle staatsambten, en ook van de krijgsdienst. Welnu, wat den joden daar als dwang is opgelegd, dat heeft de christen vrijwillig te aanvaarden.

Maar terwijl de christen weet, dat hij toebehoort aan een andere wereldorde, en dus in deze tegenwoordige wereld niet anders kan verkeren dan als vreemdeling, zo mag hij zich aan de andere kant hier ook als gast gevoelen. Het woord „gast" is een vriendelijk en vreugdevol woord. Het wekt dankbare associaties op. Het is aan alle kanten geladen met een stroom van welgezindheid en goedheid. Wie als gast ergens verkeert moet beginnen met bescheiden te zijn. Hij moet niet menen, dat hij het huis kan regeren, en de dingen naar zijn hand zetten. Integendeel, hij voegt zich geduldig en vriendelijk naar de huisorde, in welke hij nu eenmaal is opgenomen, en weet ook sommige ongerieflijkheden voor lief te nemen. Voorts tracht hij het hele leven in het huis, waarin hij gast mag zijn, zoveel mogelijk te waarderen; hij maakt dankbaar gebruik van de vriendelijkheden, welke hem daar bereid worden, en het is hem een vreugde, zo hij niet enkel daar hoeft te zijn om te genieten, maar hij steekt ook graag de handen mede uit, om overal, waar hij maar kan, te helpen.

Dit is de houding van de christen in deze wereld.

Sluiten