Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

want instinctief houdt dit bewustzijn vast aan de natuurlijkheid van het bestaan, van nature „realiseert" het al zijn bevindingen en uitkomsten. En toch, zonder er zich zelf bewust van te zijn, openbaart het natuurlijke heimwee zich weer in de „wet' , in het te buiten gaan der eindigheden. Wat in de verwondering door den natuurlijken angst verdrongen wordt, laat zich toch weer gelden in de wet.

Maar hier komt nu het dualistische karakter van de wet aan het licht; eenerzijds is de wet méér dan realiteit, anderzijds laat het realistisch bewustzijn haar niet los uit den greep der „realiteit". De natuur des menschen wil begrenzen en vasthouden, zijn geest daarentegen laat niets stand houden.

Dit wil dan zeggen, dat de wet nooit ofte nimmer zal bevredigen, omdat de mensch in het diepst van zijn wezen het ware niet in de wet volkomen verwerkelijkt weet. Maar waar zal het realistisch bewustzijn dan steun vinden, als zijn grootste glorie, de wet, zich niet blijvend zal kunnen handhaven ?

Het realistisch bewustzijn, onbewust van den innerlijken angst, kan onmogelijk afstand doen van zijn realiteitsgeloof.

En in zijn hoogsten nood idealiseert dit bewustzijn, bevreesd voor eigen ondergang, zijn wetten tot goddelijke wetten, aan welker realiteit, als openbaringen Gods, niet meer te twijfelen valt.

Sluiten