Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar dit zich zelf verliezen in het genot van het bezit is slechts moment. Voor een oogenblik slechts gaat de natuurlijke onrust verloren in het andere, voor een oogenblik, omdat de mensch zich slechts in den dood geheel gewonnen geeft. En toch is het zich bevrijd gevoelen van eigen innerlijke onrust het groote verlangen in den mensch. In den dood voelt hij de macht der wereld, van dat wat hem vijandig is en om daaraan te ontkomen verlangt hij, onbewust van dit verlangen, zich over te geven aan dat wat hem eigen is, wat hem niet vreemd is. Daarin schuilt dus de macht van zijn idealiseeren ; hij doet dit onbewust, gedrongen door den innerlijken angst, hij idealiseert zijn bezit, opdat hij er de vrijheid zijner overgave aan genieten kan.

Zoo is dus het bezit een phase in de bevrijding van den menschelijken geest. Want waar de mensch zich, al is het dan ook door het genot en voor een oogenblik, in kan verliezen, daar beleeft hij een moment der zelfbevrijding, al is dit dan op zeer natuurlijke wijze, onbewust van eigen doen.

Als zoodanig „schemert" aan het genot, ook aan het meest natuurlijke, de vrijheid des geestes; voor een oogenblik voelt de mensch zich vrij van den hem eigenen, alhoewel onbewusten angst voor den dood. Maar zooals gezegd, de mensch verliest zich maar voor een „moment" in het genot. Blijvend is geen enkel genot, blijvende bevrediging geeft geen enkel bezit. En waarom ? Omdat

Sluiten