Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

brood etende, noch wijn drinkende; en gij zegt: Hij heeft den duivel. De Zoon des menschen is gekomen, etende en drinkende, en gij zegt: Ziet daar een mensch, die een vraat en wijnzuiper is, een vriend van tollenaren en zondaren." Maar terwijl der menschen oppervlakkig oordeel geen van beiden recht laat wedervaren, hebben zij toch elk hun eigen plaats in God's leiding met deze wereld.

En beider aanhangers vertolken tegenover de verstokte farizeeërs en de wetgeleerden de goddelijke wijsheid, die soepeler is en nederiger dan der menschen starre schijnwijsheid, eene wijsheid die tot haar recht komt in al degenen, die naar eigen overtuiging zich laten bewegen door de roepstem van hun innerlijk.

Ja zelfs — zoo zou een nog wijder uitzicht op het leven kunnen leeren — uit die verstokte farizeeërs en wetgeleerden kunt gij nog den gang der goddelijke wijsheid naspeuren: er is geen schepsel in deze wereld, dat niet, hetzij positief, hetzij negatief, getuigenis afllegt, van zijn Schepper. Heldere oogen, reine harten, zien God's volmaakte orde en opperste wijsheid, den glans Zijner heerlijkheid en den overvloed Zijner Genade in alle leven uitgestort. Er zijn mondige kinderen, en onmondige, gewillige en onwillige, verstokten en bekeerden, zielen vol licht en duistere, haatverwrongen harten. Maar de wijsheid van God wordt gerechtvaardigd uit al hare kinderen, zonder uitzondering.

*

Deze gedachte kwam bij mij op, toen ik mij rekenschap ging geven van den indruk, die de opvoering van „Genesius" door het Vereenigd Nederlandsch Tooneel op mij had gemaakt. Het gegeven, door den schrijver Henri Ghéon aan de oude martelaarskroniek der

Sluiten