Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een bedenking rijst: kan men nu eigenlijk al van „gerechtvaardigd" spreken? Zal de goddelijke wijsheid niet slechts in al hare kinderen tot haar recht komen, maar ook uit al hare kinderen gerechtvaardigd worden, dan moeten zij niet slechts elk afzonderlijk getuigenis afleggen van die wijsheid God's, maar ook allen tezamen zich voegen tot samenklank.

Stellen wij die beide wegen van de genadewerking tegenover elkander, dan zien wij slechts twee wonderlijk om elkander heen grijpende gestalten. Even ver als in het dagelijksch leven de sfeer van de kerk en het theater van elkaar verwijderd plegen te zijn, even weinig schijnen pastoor, dominee, muezzin eenerzijds, en de acteurs, actrices en het heele tooneelbedrijf andererzijds, met elkaar uitstaande te hebben.

Ondertusschen is deze vreemdheid meer een gevolg van de ingewortelde maatschappelijke conventie en van de tweeledigheid onzer Europeesche cultuurwereld dan van een inzicht in de tegengesteldheid der sferen. Ik meen dit: sinds de dagen der Renaissance is er een scherp-voelbare tegenstelling in den Europeeschen geest: een heidensche en een christelijke levenswaardeering. De laatste heeft in haar eenzijdig ascetisme met den heidenschen geest ook het tooneel uitgebannen. De eerste heeft daardoor (schoon niet alléén daardoor; maar ook door eigen grilligheid) den samenhang met den metafyzischen ondergrond der kunst verloren.

Thans beduiden „geestelijke" en „acteur" twee sferen van leven, die elkaar meestal niet meer verstaan, soms bekijven, en haast altijd wantrouwen. Brengt men nu die twee met elkaar in contact, dan gaat het er uitzien als het duel der gordelspanners: twee mannen, door een gordel aan elkaar verbonden, en met een mes gewapend, moeten elkander bevechten. Geen vlucht is

Sluiten