Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-

een vreugde: zij kwamen elk van een anderen kant; zij droegen het Andere in zich — dat nu het Eigene is geworden.

De armoede van eigen beperktheid wordt tot rijkdom door de aanvulling met des anderen beperktheid: de profielen samen maken het volle gelaat uit! De eene eft uit de beweeglijkheid, de ander uit de bewogenheid —- ja —• maar wie van de twee? Beiden uit beide! De een leeft uit en om de heerlijkheid van het vormschoone Geschapene, de ander uit en om de heerlijkheid van den Vormloozen Schepper; de een verlost het vloeiende, donkere tot vorm, tot menschelijk-plastische Gestalte, de ander verlost het gevormde, begrensde, al te scherp omlijnde uit zijn ban tot goddelijk donkere ontbondenheid.

De eene leeft bij het Aanzijn, zóó-zijn; de ander bij het Zijn-zonder-meer. Het mysterium der kunst is haar vermogen ons te ontvoeren, op te heffen; het mysterium van den godsdienst is: zijn vermogen ons te heiligen en tot ons zelf te brengen. Maar beiden verlossen. Beiden verrukken ons. Beiden rechtvaardigen en ordenen den hopeloozen chaos der dagelijksche werkelijkheid tot een kosmos.

Nu nog een niveau hooger, inniger, naderbij van hart tot hart — en dan daagt het groote, zaligmakende Inzicht: „ik ben gij; en gij zijt ik". Nu springt de vonk over, is het volledig contact gewonnen. „De weg naar boven en naar beneden is één" zeide reeds de grieksche wijsgeer Herakleitos. Deze oeroude heilige formule der eeuwige Identiteit van Stof en Geest, Ik en Gij, mensch en God is de hoogste menschenwijsheid, de ontbinding van alle starre gescheidenheid, de ontsluiering van Isis, de zalige thuiskomst, de eindelooze omarming. Want de herkenning van het Eigene, de

Sluiten