Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hervinding van Ik in Ander en Ander in Ik, is bovendien de sublieme stilling van die laatste hunkering van ieder menschenhart: de wederkeerigheid onzer gevoelens, gedachten, daden.

Aan ieder punt van de eene lijn beantwoordt een punt in de andere; voor elk hart is het Hart bereid; er is geen Eros zonder Anteros. In den Grond is alles gespiegeld, alles opgevangen, alles begrepen, vertroost, en aanvaard. In die eeuwige eenheid is de laatste schaduw van vreemdheid verdreven: de zon staat in het zenith van het Zijn. Zoo wordt dan eindelijk toch de goddelijke wijsheid „gerechtvaardigd" door en uit al hare kinderen, omdat alle dwaling tot inzicht leidt, alle eenzaamheid tot gemeenschap, alle vijandschap tot vriendschap, en de Dood de Poort blijkt naar het Eeuwige Leven.

Eindelijk: het Zijn is ook Worden. De wereld groeit. De zon loopt om van zenith tot nadiz; en dan weer van nadiz tot zenith. De rust is beweging — daarom alleen is er bewogenheid en beweeglijkheid. Het Eeuwige ontgeeft zich aan den Tijd, zooals de Tijd zich oplost in het Eeuwige. In deze spanning ligt de oorzaak van alle lijden en van alle bewustheid. Wie spanning zegt, zegt afstand: wie afstand zegt. zegt gescheidenheid — en zegt dus smart. Maar in die smart wil zich de vreugde storten om te hereenigingen, te genezen, te vervullen. Die zucht van de Vreugde naar de Smart is de Heilandsliefde, die het Worden weer doet inwonen in het Zijn. Dat is het goddelijk schouwspel van den lijdenden, stervenden en herrijzenden God, den Gezalfde des Heeren, het Licht der Wereld, dat in de duisternis schijnt. Bij dit passiespel der Zaligheid nu ligt de

Sluiten