Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar een heel groote moeilijkheid noemden wij nog niet.

Een taal heeft alleen woorden voor zaken of gedachten, die het volk kent. Een matroos op een zeilschip kent alle onderdeelen van het tuig en ook al de namen daarvan. Maar als hij met een fabrieksarbeider uit de groote stad daarover spreekt, verstaat deze hem niet. Die kent noch de dingen noch de namen. Evenmin begrijpt de zeeman iets van de onderdeden der groote machine.

Zoo gaat het ook met de taal der volken, die geheel andere godsdienstige voorstellingen hebben dan de christelijke en wier taal geen woorden heeft voor christelijke begrippen als geloof, zonde, genade en dergelijke. Toch moet de zendeling juist daarover spreken.

Voor dezelfde taak en dezelfde moeilijkheden staat de vertaler van den Bijbel, het onmisbare wapen van den zendeling te velde.

Ons Bijbelgenootschap nu heeft van den aanvang van zijn bestaan af een andere houding aangenomen dan alle andere Bijbelgenootschappen. Het heeft niet alleen uitgegeven wat door de zendelingen aan bijbelvertalingen werd gereedgemaakt. Het heeft ook afzonderlijke afgevaardigden ter bijbelvertaling uitgezonden, in de laatste halve eeuw doctoren in de taal- en letterkunde van den O.I. archipel, bepaaldelijk voor dit doel opgeleide geleerden. Dezen hebben, behalve door hun opleiding, op de zendelingen voor, dat zij niet, als dezen, met ander werk overladen zijn, zoodat zij zich rustig aan hun taak kunnen wijden en, in voortdurenden omgang met de bevolking, taal en gedachtenleven kunnen bestudeeren.

De inzichten in al deze dingen zijn zeer verhelderd en bevestigd door het werk en den invloed van Dr. N. Adriani, die van 1895 tot 1926 werkzaam was op en voor het zendingsveld Posso van het Nederlandsch Zendelinggenootschap. Na zijn heengaan op 1 Mei 1926 is zijn nagelaten werk (Woordenboek, spraakkunst en Nieuw Testament) voltooid en uitgegeven door de zorg van zijn weduwe, Mevrouw M. L. Adriani-Gunning en door Dr. Alb. C. Kruyt, met medewerking van Dr. S. J. Esser.

Een tweede afgevaardigde, Dr. H. van der Veen, vertrok in 1915 naar Rante Pao, het zendingsveld van den Gereformeerden Zendingsbond op Midden-Celebes ten Z.W. Hij werkt daar onder de To-Sadang, wier taal Tae' heet naar het ontkenningswoord, zooals de taal van Posso de Bare'e-taal heet. (Het Nederlandsch zou volgens

Sluiten