Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar deze groei van de Christelijke kerk maakte het voor ons Bijbelgenootschap noodzakelijk Dr. G. J. Held als taalgeleerde naar Nieuw Guinee te zenden ten einde zijn hulp te verleenen bij de bestudeering van de nog zoo veelszins onbekende talen van Nieuw Guinee en bij de voorbereiding van de vertaling van den Bijbel. Zoo moet de arbeid zich telkens uitbreiden. En zoo komt er telkens vraag naar nieuwe vertalingen.

Het is heerlijk als wij mogen hooren, dat het Evangelie ook op Bali ingang gevonden heeft en dat er thans reeds honderden Balineesche Christenen zijn. Voor ons Bijbelgenootschap beteekent dit echter, dat deze christenen zeker niet zonder een eigen vertaling van den Bijbel mogen gelaten worden en dat vooral niet waar de Zending zelf niet rechtstreeks op Bali werken kan. Tijdens de vorige vergadering van de commissie voor Indië werd door Dr. H. Kraemer op tafel gelegd de vertaling van het Evangelie van Johannes in het Balineesch, terwijl hij kon mededeelen, dat andere deelen van het Nieuwe Testament spoedig zouden volgen.

Reeds sedert eenige jaren werkt Dr. K. W. G. Steller aan een vertaling van het Nieuwe Testament in het Sangireesch. Het Evangelie van Johannes is thans ter perse en spoedig komt de vertaling der Handelingen gereed. Zal zij dan uitgegeven kunnen worden?

Op de scholen in het Batakland wordt nog steeds gebruikt de Bijbelsche geschiedenis, die Nommensen een zestig jaar geleden in het Bataksch vertaalde. Naar taal en opzet is deze reeds lang verouderd en voor de scholen is dringend een nieuwe uitgaaf noodig, waartoe een Bataksche bewerking van Van de Hulst goede diensten kan bewijzen. Daaraan is reeds een paar jaar gewerkt, zoodat het manuscript in het Toba-Bataksch thans bijna gereed is. Buitendien hebben de heeren Van der Bijl, de Jong en Meerwaldt, die door hun arbeid aan de christelijke scholen in het Batakland van nabij de groote behoefte hieraan kennen, het initiatief genomen voor een bijzondere collecte ten einde deze uitgaaf mogelijk te maken, Zoo kregen zij f. 1.650,— bijeen en nu wordt op het Bijbelgenootschap een beroep gedaan om de nog ontbrekende twee duizend gulden bij te dragen, waardoor het mogelijk zal zijn deze Bijbelsche geschiedenissen uit te geven en aan de honderde scholen in het Batakland te verstrekken ten bate van de meer dan driehonderdduizend Bataksche christenen.

Sluiten