Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo ziet men, dat er voor het jaar 1936 weder veel van het Nederlandsch Bijbelgenootschap verwacht wordt. Aan deze verwachtingen zal het Bijbelgenootschap alleen kunnen beantwoorden, wanneer het inkomen aanmerkelijk stijgt. Wanneer in 1936 de contributies en giften niet met ruim vijftienduizend gulden toenemen, dan zal het Bijbelgenootschap niet alleen niet aan deze verwachtingen kunnen beantwoorden, maar dan zal het zelfs zijn arbeid aanmerkelijk moeten inkrimpen en verschillende deelen van zijn werk opgeven. Zal het mogelijk zijn deze schade te voorkomen? Gelukkig kan het volgende artikel hierop een bevestigend antwoord geven. Indien allen aan wie het doel van het Bijbelgenootschap ter harte gaat medewerken, dan zal het zeker in staat zijn te doen wat er terecht van verwacht wordt.

H. C. RUTGERS.

ZAL HET NEDERLANDSCH BI JBELGENOOTSCHAP KUNNEN DOEN WAT ER IN 1936 VAN VERWACHT WORDT?

In de vorige artikelen werd uiteengezet, wat er in 1936 zoowel voor Nederlandsch Indië als voor Nederland van het Bijbelgenootschap verwacht wordt. Er zal wel niemand zijn, die deze verwachtingen overdreven vindt of die van meening is, dat het niet de roeping van het Bijbelgenootschap is om op deze wijze den bijbel te verspreiden. Het eindresultaat der artikelen was echter, dat het Bijbelgenootschap dit alleen zou kunnen doen, indien het inkomen van het genootschap met ruim vijftienduizend gulden stijgt.

Is dit mogelijk? Immers, wanneer dit onmogelijk mocht zijn, dan zou het Bijbelgenootschap door de tijdsomstandigheden gedwongen kunnen worden om werk op te geven, dat toch metterdaad tot zijn roeping behoort en onmiddellijk weer opgevat zou moeten worden Zoodra het weer wel mogelijk zou zijn. Voordat echter het Bijbelgenootschap er toe over mag gaan om de Balineesche Christenen zonder vertaling van den bijbel te laten of de brailledrukken onbereikbaar duur te maken of een der andere noodzakelijke dingen, die in de vorige artikelen genoemd worden, na te laten, moet dan echter wel duidelijk bewezen zijn, dat het metterdaad onmogelijk is, dat het Bijbelgenootschap zijn roeping in dezen nakomt.

Gelukkig is het nu echter zoo, dat dit niet alleen niet bewezen is, maar dat juist omgekeerd metterdaad bewezen is, dat deze nood-

Sluiten