Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NEDERLANDSCH BIJBELGENOOTSCHAP

Aan de afdeelingsbesturen van het Nederlandsch Bijbelgenootschap.

AMSTERDAM, 20 Maart 1936.

Heerengracht 366.

L.S.

Zooals gij uit het maandbericht gezien zult hebben, zal het Nederlandsch Bijbelgenootschap een gedeelte van zijn zoo hoog noodigen arbeid moeten staken, indien het er niet in slaagt om meer gelden ten behoeve van dit werk bijeen te brengen. Daar zulke inkrimping van werk, indien eenigszins mogelijk, voorkomen moet worden, wordt er langs verschillenden weg gewerkt aan versterking van het inkomen. Zoo zijn er in den laatsten tijd een aantal nieuwe afdeelingen opgericht, terwijl verschillende afdeelingen door middel van afzonderlijk daarvoor ingestelde commissies vele nieuwe leden en begunstigers wonnen. Op deze wijze kon gelukkig het aantal leden en begunstigers van het Bijbelgenootschap in dit jaar weder met honderden stijgen, maar deze stijging is toch niet voldoende om de noodzakelijke toename van het jaarlijksch inkomen te verzekeren.

Vandaar, dat er naar andere middelen uitgezien wordt. Nu zijn er in den lande talloos velen, die zich door hun omstandigheden niet voor een jaarlijksche bijdrage verbinden kunnen, maar die toch wel gaarne de verspreiding van den bijbel door een kleine gift helpen bevorderen als hun dit gevraagd wordt. Ook onder de leden en begunstigers zijn er, die af en toe wel eens iets meer willen bijdragen als dit noodig is. Om deze allen te bereiken wordt nu de collecte georganiseerd, die naar wij hopen eind April in zooveel mogelijk plaatsen gehouden zal worden.

Daarbij wordt inzonderheid gerekend op een veelheid van kleine bijdragen. Indien een honderdduizend menschen hun dubbeltje of kwartje geven, dan kan het Bijbelgenootschap ongestoord doorwerken. De in Rotterdam Zuid gehouden collecte met kwitantieboekjes heeft bewezen, dat er inderdaad vele duizenden zijn, die op deze wijze het Bijbelgenootschap willen helpen. Als alle afdeelingen willen medewerken, kan er ongetwijfeld voldoende bijeengebracht worden om den arbeid in Indië en in Nederland voort te zetten.

Hierbij ingesloten worden nu aan de afdeelingsbesturen proeven gezonden van het materiaal, dat het hoofdbestuur voor het organiseeren van deze collecte beschikbaar stelt.

Vooreerst vindt men een proefexemplaar van het kwitantieboekje.

Ten tweede een korte handleiding hoe men met behulp van dit kwitantieboekje een collecte kan organiseeren.

Ten derde een propagandaboekje, waarbij ingelegd zijn het talenkaartje met op de achterzijde een grafische voorstelling van de organisatie van het Bijbelgenootschap, alsmede een briefkaart, waarop men zich als lid of begunstiger kan aanmelden.

Ten vierde komt er nog een klein propagandablaadje, dat later verzonden wordt.

Van al dit materiaal kan iedere afdeeling zooveel exemplaren bestellen als zij gebruiken kan. Wanneer men voor Maandag 6 April bestelt, dan wordt het bestelde voor Vrijdag 17 April verzonden. Indien men later bestelt, wordt het zoo spoedig mogelijk verzonden, maar wanneer de voorraad uitgeput mocht zijn, dat gaat er altijd eenigen tijd overheen, voordat er weer bijgedrukt is.

Laat iedere afdeeling vooral zoo spoedig mogelijk even melden op welken tijd zij de collecte denkt te houden. Indien eenige afdeeling het voor haar terrein beter acht niet op deze wijze te collecteeren, maar een andere methode toe te passen, b.v. door met bussen of lijsten te collecteeren, laat zij dat ook even melden met mededeeling op welke wijze zij voornemens is te handelen.

Enkele afdeelingen hebben juist in de laatste maanden van 1935 goed geslaagde collecten gehouden. Het spreekt vanzelf, dat daar nu niet terstond weder een collecte gehouden kan worden, zoodat het te verwachten is, dat deze afdeelingen het tot het najaar zullen moeten uitstellen.

Hopende, dat door aller samenwerking het Nederlandsch Bijbelgenootschap in staat gesteld zal worden aan zijn roeping te beantwoorden en met onze beste wenschen voor het welslagen van het werk der afdeelingen.

D. E. BOEKE, secretaris binnenland.

H. C. RUTGERS, algemeen secretaris.

Dit rondschrijven met de bijbehoorende geschriften wordt gezonden aan de secretarissen, penningmeesters en bibliothecarissen van alle afdeelingen.

Sluiten