Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TER INLEIDING.

Het hierbij aangeboden geschrift is de eerste uitgave van de „Iyinker-Werkgroep van Moderne Theologen", opgericht in den aanvang van 1934. Deze „werkgroep" werd geboren tegelijk uit de overtuiging dat er nog altijd sprake mag wezen van eene „moderne theologie" welker beginselen te handhaven vallen, en uit de zorg dat deze beginselen door verschillende omstandigheden uit het oog zullen worden verloren en in het gedrang zullen raken.

Dat stellingen als deze misverstand kunnen wekken is begrijpelijk. Van zulk misverstand was bijvoorbeeld sprake wanneer men meende dat de stichters van genoemde werkgroep met ontkenning van de geschiedenis van welhaast een eeuw eenvoudig terugkeer zouden willen tot den gedachten- en geloofs-inhoud der moderne vaderen. Het behoeft wel nauwelijks betoog dat wij zulke wenschen niet kunnen koesteren; eensdeels omdat wij zoo onhistorisch niet denken, anderdeels omdat wij van het betrekkelijke en onhoudbare deel in de theologie van verschillende woordvoerders van dat voorgeslacht al te zeer overtuigd zijn. Spreken wij van eene moderne theologie welker beginselen te handhaven vallen, dan kunnen wij daarmede niet bedoelen dat wij ons zouden willen vastleggen op de uitspraken van eene vroegere generatie; wel moet dat, principieel en dynamisch, beteekenen dat deze generatie beginselen heeft verdedigd, waarin wij een duurzame beteekenis erkennen, hetzij in den vorm van grondstellingen of van werkhypothesen.

Wie, historisch, denkt aan eene „moderne theologie" in het Nederland van de vorige eeuw, denkt aan een veelvormig geheel, met allerlei verschil van inzicht en ook tegenstelling van overtuiging. Scholten, Opzoomer en Hoekstra, Kuenen en Tiele, Pierson en Huet, Rauwenhof

Sluiten