Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij voortduring aan de orde, terwijl de kerkleer eene interpretatie van de evangelische interpretatie moet heeten, eene interpretatie uit de tweede hand. Hier waarlijk houdt een historische, dogmatische, wijsgeerige critiek haar volle recht en noodzaak; wij kunnen ons, met allen eerbied voor het positieve deel daarvan, volstrekt niet gebonden achten aan de leerstellingen van Paulus, Thomas of Calvijn, of wie zich op hen beroepen, als laatste woorden van christelijke waarheid. In het christelijk geloof is ons onvergankelijke waarheid geboden maar in historisch-betrekkelijke vormen, en wij staan voor de taak op onze beurt deze waarheid te denken in het verband van eene voor ons te verantwoorden wereld- en levens-beschouwing. Schweitzer, dien wij zoopas van tekort aan critiek beschuldigden, is ten aanzien van deze principieele houding duidelijk genoeg: naar haar eigenlijke geestelijke en ethische wezen — zoo stelt hij — blijft de religieuze waarheid van het Christendom dezelfde de eeuwen door, maar veranderlijk is de uiterlijke gestalte die zij aanneemt in verschillende wereldbeschouwingen; ook aan Jezus'eigen voorstellingen en verwachtingen kunnen wij ons niet gebonden rekenen.

„ Die Geistigkeit, die in dieser Religion der Liebe liegt,

kann nicht anders als nach und nach wie ein lauterndes Feuer auf alle Vorstellungen, die sich mit ihr verbinden, übergreifen. So ist es dem Christentum bestimmt, sich in einem stetigen Prozesz der Vergeistigung zu entwickeln." x)

Als wij, op de aangegeven gronden, het beroep afgewezen hebben op het uiterlijke gezag van eene vermeende, willekeurige Godsopenbaring, dan houden wij den innerlijken norm over, het gezag van eene innerlijke openbaring, het Geestesgetuigenis in onzen geest. Men kan immers, wanneer men alle zoogenaamde openbaring in den uiterlijken zin heeft ontkend, heel de gegeven werkelijkheid, ons zeiven inbegrepen, openbaring noemen; wat is deze gansche wereld met haar brandende sterren, haar bruisende zeeën, haar worstelende geslachten anders dan eene ópen-baring,

x) Albert Schweitzer, Aus meinem Leben und Denken. Leipzig 1931. pag. 44.

Sluiten