Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

..Welhaast, de aarde met zijn sluier zal bedekken!"

Hij zweeg, en zag mij aan; Zijn eed'le wezens trekken,

Weerkaatsten duid'lijk, 't geen er omging in zijn ziel,

Hoe trof dien aanblik mij, een heete traan ontviel,

Mijn rood gekreten oog en parelde op zijn handen;

„Ook de avond, van den dag, mijns levens, is voorhanden.

„Zoo ging hij voort „en ziet, de somb're nacht genaakt,

„Waarin, de macht des doocls, alle aardsche banden slaakt,

„O, schrei zoo niet, mijn ga! 't verzwaart, onz' afscheidssmarte,

„Leg thans, mijn dierb'ren zoon, mijn Willem, m' aan het harte,

„Omhels, mij, voor het laatst en kus mijn veegen mond!

„Herinnert g' u, Marie! die, overzaal'ge stond,

„Toen ik, als uw verloofde, aan uwe zij gezeten,

„In dezen, zelfden stoel, u, mijne bruid mocht heeten?

..Toen toefde op dit fluweel, mij 't hoogst geluk der min,

„Thans staart mijn oog van hier, een' and'ren hemel in!

„O, dierb're ga! leef wel, Troost u door 't vast gelooven;

„In Christus, toeft bij God! ons 't wederzien daarboven,

„Geloof, en hoop op Hem, die naar Zijn woord gewis,

„Dfen wees een Vader, en der weeuw een Ega is!"

11Ü zweeg. O, grievend wee! ik wilde en kon niet spreken,

't Omhoog geslagen oog, zag 'k sidderende breken;

En plots'ling trof mijn ziel, dien slag zoolang gevreesd,

Hij boog het edel hoofd . . . hij snikte ... en gaf den geest!

Schrei niet. Willem! dat 'k zooeven,

U, 't gebruik des stoels verbood,

Waarin uw Vader d'oogen sloot, —

Voor uw spelen te verheven,

Eerbiedwaardig, na zijn dood —

Kom, die traantjes weggedreven;

Lieve! speel op moeders schoot,

En vergeet het nimmermeer,

Houdt dien lêegen stoel in eer!

Sluiten