Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tot eeuwen rekt? En ach, wat onbekende schreit

Die schrikbre tranen toch? Dat doet de Oneindigheid.

Door d' oceaan der Nacht, die nimmer wordt bewogen

Van ebbe en vloed, vervolgt Kanoet zijn weg. Zijn oogon

Zien niets meer; drijvende in een nevel bleek en koud,

Naakt hij den Hemel, waar de reine God aanschouwt. ('

Nu stond de doode voor de poort. Zij was gesloten,

Maar onder door de reet was 't of er stralen schoten

Van de ongeschapen zon. De schim bleef aarzlend staan,

Om op zijn lijkgewaad een schuwen blik te slaan ....

Dit was het heilig Oord, waarvoor alle eeuwigheden

Het lot beslist wordt van al wie er binnen treden:

Een straal als uit Godsoog dringt tot wie nadert door:

En hoor! daar achter juicht een zalig Jubelkoor.

Het grafkleed was bljedrood: Kanoet stond bleek en bloode..

Dat is de reden nu waarom die sombre doode Terug blijft deinzen van het al doordringend Licht-'

Dat doet den koning zonder kroon en zonder staten, In 't donker blijven, met zich zelf alleen gelaten!

Nooit wordt zijn kleed meer wit, en telkens als zijn voet Een stap naar 't licht doet, valt op nieuw een druppel bloed Hem op het schuldig hoofd. Zóó blijft hij eeuwig zwerven In d' eeuwgen middernacht, om eeuwig voort te sterven.

1) Matth. 5: 8.

Sluiten