Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

f * r -w- py • *

amffT £71 T UTT ^ *rv«-anen

U/.WW Jo&JlsJs UtoJds uCVW 'JaJaOdb» \J JJ 0

Door Mr I. DA COSTA.

oor te dragen door den Heer G. SLUIK, van Ilarlingen.

Het zeventiende jaar der eeuw! ■— "Wat jubeltonen Doordaavren oud Germanje, en wakkren in haar zonen Herinneringen op, waar Eome tegen wrokt, Het Ongeloof voor staat, en Laauwheid-zelf van schokt? AYat zingt men? welke daan? wat mannen? Zijn het

(vorsten,

.Die tegen 't Vatikaan hun zwaard ontblooten dorsten? Is 't Keizerlijke trots en 'tVorstlijk wangedrag, Ten tegenwicht beproefd van 'tPauselijk gezag?

Neen! Vierde Hendrik boog/ de Hohenstaufen vielen/ En zelfs dat Koningswoord : ,,'k Zal Babyion vernielen/" \ er woei, gelijk de stem van Kerkvergadering En menig Kerkvoogd in onvruchtbre klacht verging, Met raad- op raadslag, naauw gescherpt, of weer

(bezworen

Door d- eeuwenouden Staf. - Wat Almacht had verkoren. AVas zwakker werktuig/ 't Was een boetling, arm en klein, Een monnik zonder glans van vaadren, als onrein Verworpen by zich-zelv', — maar hijgend naar vergeving, Naar waarheid, naar de kracht van Boven, naar herleving, Naar zielsbevrijding uit der zonde nacht en hel/ ' t Is Luther / Worstelend in de engte van zijn cel, Of zwervend door de stad der Cesars, vraagt hy beide • Wat geen van beide heeft te geven/ . . En God zeide: „Baar zij licht /•' en het licht verrees hem uit dat Woord Op Erfurts kloosterstof heroverd/ Ja, liy hoort Als uit (tocIs eigen mond den Evangeliezegen:

„Geloof! — Be zaligheid wordt door geen doen verkregen „\an mensehen. Ze is Gods werk. Gerechtigheid en heil, „\ oor schat noch wijsheid, voor geen boete of aflaat veil. ,,Is gave van Zijn liefde aan Zondaars, 't Eeuwig leven „i Geloof in Christus en Zijn zoenbloed.') is gegeven.

Bat woord werd leven in zijn ziel, wordt in zijn mond Een overwinnend zwaard.. Hervorming! 't was uw stond. De Monnik, in de kracht van 't Heil, hem aangebroken, Heeft op den dag te Worms 't getuignis uitgesproken / Baar staat hy! ja, God hielp. Baar knielt hy, keer en keer / Onweders drijven af, en zegens plasschen neêr;

Sluiten