Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En duwt hem de deur uit, op veler verlangen; Hij werd al te lastig. Met hoog roode wangen Volgt Jeltje. Men speelde het drama nu af, Dat Grabe geen rust op zijn legerstêe gaf.

En toen een der leden den volgenden morgen Het kleedingstuk netjes terug kwam bezorgen, En zei: „Thank jo wol man, wij haw er mei dien,' Riep Gabe: „Nea krije jimme myn jas wer to lien.

Ese vers, Jat als eau Mttaars nitjaat.

Door Dr. E. LAURILLAKD.

Voor te dragen door den Heer 1\'. L REUWECAMP, van Leeuwarden.

In een diligence zaten

Negen menschen bij elkaar:

'tAVas een dag van groote hitte,

En de lucht was drukkend zwaar.

Alles, wat die menschen zeiden,

Kwam zoo wat op 'tzefde néér:

Niemand hunner sprak ten minste Anders dan van 't heete weêr.

Naast een jongen, dwazen dandy Zat een onderofficier:

Nevens hem een rijzig zeeman,

Over dien een rentenier.

Naast den rentenier een nufje,

Als een uitgeknipte prent;

En naast haar een burgerjuffrouw Met een Amsterdamsch accent.

't Was een ruwe paardenkooper,

Die weêr achter deze zat,

En gewoon was, zóó te spreken.

Of hij hooge ruzie had.

Aan zijn zijde een reizend hand'laar, In zijn spreken razend vlug;

E11 daar naast een rimp'lig bestje,

Bevend en gekromd van rug.

Sluiten