Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DU DICHTER.

Gij zucht, mijne vrienden!

't Geval is ook naar; Maar weest niet te droevig,

AVant binnen een jaar Werd dit de historie: Ze kregen mekaar.

'T IS ERG IET DE MEIDEN.

Door Dr. E. LAURILLARD.

Voor te dragen door den Heer M. J. FABEli, van Leeuwarden.

't Tooneel verbeeldt: een kamer. In 't midden staat een tafel;

Daar boven-op een theeblad;

Omlaag, in 't rond, staan stoven;

Op elke stöof twee laarsjes,

En in die laarsjes voeten;

Die voeten zijn van dames,

Die min of meer bedaagd zijn,

E11 samen hier wat praten;

Ze praten van haar meiden.

.,tls erg," zegt bedenk'lijk mejuffrouw De Kous, ^ Legt even haar naamgenoot neder,

Neemt langzaam een slokje, de pink naar 't plafond, En ernstig vervolgt zij dan weder:

,,'tls erg tegenwoordig, zoo lomp en zoo plomp

Als meiden zijn in haar manieren;

Zoon hotsklots als ik heb, o! vreeselijk is 't;

Niets baat me 't zorgvuldigst bestieren."

„Ze is wild en onstuimig, ze smakt en ze smijt, ^ Dat telkens mijn zenuwen schokken';

En wat hare hand overeind heeft gezet.

Dat gcoit ze weêr om met haar rokken."

„Verleden, toen k jarig was, had ik mijn broêrs,

En ook mijnheer Cijfer ten eten, —

Die boekhouder was op t kantoor bij papa,

Gelijk hier de dames wel weten."

„Nu, Irui geeft de soep, maar ze doet weêr zoo woest, -

Je kunt ook zoo'n schepsel niets leeren! —

En^stort mijnheer Cijfer de helft van een bord Vlak tusschen zijn rug en zijn kleêren."

Sluiten