Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wezen door de schriftgeleerden, die de wet uitlegden. Dit geschiedde in de synagogen. Deze zijn waarschijnlijk ontstaan buiten Palestina, waar de Joden in de verstrooiing zich verzamelden tot een gemeente, en op den Sabbat samenkwamen (synagoge bet. eigenlijk saamvergadering, eerst gebruikt voor de menschen, later voor het gebouw). Vanuit de verstrooiing zijn ze ook geïmporteerd in Palestina. Ze zijn van groote beteekenis geweest voor de komst van Christus, want:

a. in die synagogen is het volk bijzonder onderwezen in de wet en de profeten, en dus op de hoogte gebracht met de nadering van den Messias, en de wijze van Zijn optreden;

b. in die synagogen vindt Christus uitnemende gelegenheden om Zijn volk te ontmoeten en te prediken.

2. Het religieuse leven is formalistisch. In de vormen klopt geen hart. Alles gaat gedrukt onder de lasten van het farizeïsme. De zaligheid moet verdiend worden, en dit wordt door de farizeeën met al hun bepalingen bijna onmogelijk gemaakt. De Messias-verwachting is vleeschelijk en aardsch. Men verwacht een nationalen held, die Israëls troon herstellen zal. Slechts enkele stillen in den lande, die waarachtig God vreezen.

C. De partijen in Israël.

1. De Farizeeërs, d. z. de afgezonderden, die de zaligheid zochten in vervulling van de wet. Uitwendige gehoorzaamheid. Het ontbreekt hun aan liefde. Vooral onder de schriftgeleerden.

2. De Sadduceeërs, de vrijzinnigen onder de Joden; vooral onder de priesters.

3. De Esseërs, een groep kluizenaars in de woestijn van Juda.

4. De Zeloten, een partij, die ijverde voor een zelfstandig volksbestaan; Simon Zelotes.

5. De Herodianen, aanhangers van de Herodessen.

III. Aanraking tusschen Joden- en Heidendom.

A. Invloed van de Heidenen op de Joden.

1. Op het gebied van de taal; hellenisten, d. z. Joden, die Grieksch spraken. Septuaginta, vertaling van het O. T. in het Grieksch.

2. Op het terrein van het zedelijk leven; vrijere opvatting.

3. Op het terrein van de letterkunde; Philo.

Sluiten