Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B. Invloed van de Joden op de Heidenen.

1. Het godsdienstig leven van de Joden trekt de onvoldane heidenen aan.

2. Zendingswerk van de farizeeërs onder de heidenen Matth. 23 : 15.

3. Bekeerlingen uit de heidenen tot den Joodschen godsdienst. Proselietendoop.

Bronnen:

Van Andel, Handleiding blz. 244—274; Sillevis Smitt, Handboek, II, blz. 7—83; Snoek, Leerboek, blz. 110—113; J. H. Landwehr, Beknopt Leerboek der Kerkgeschiedenis, blz. 7—15.

Vragen:

1. Geef in eigen woorden weer, wat de uitdrukking „de volheid des tijds" beteekent.

2. Hoe blijkt uit het bestaan van één wereldrijk (het Romeinsche), dat God doel en middelen laat saamloopen?

3. Welke overeenkomst was er allerwege in den godsdienstigen en den geestelijken toestand van de toenmalige Heidenwereld?

4. Met welke richtingen (of partijen) van onzen tijd vertoonen de in den leidraad genoemde partijen in Israël eenige overeenkomst?

5. Wat wordt er bedoeld, als men zegt, dat in de eerste dagen des Nieuwen Testaments het formalisme onder het Jodendom hoogtij vierde?

6. Waartegen moet worden gewaakt bij de bestrijding van het formalisme?

7. Wat hebt ge kunnen vinden in de „bronnen" over den Proselietendoop?

8. Geef eens uit de Evangeliën bewijzen, waaruit blijkt, dat niet alleen in de dagen van 's Heilands geboorte, maar ook tijdens Zijne omwandeling de Messias-verwachting bij de Joden aardsch en vleeschelijk was.

SCHETS II.

De vleeschwording des Woords.

I. De geboorte van den Voorlooper. A. De aankondiging.

I. Aankondiging In de belofte. Van een wegbereider is

Sluiten