Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ware aanbidding (vs. 21—24) en predikt tenslotte Zich-zelf als den Christus (vs. 26).

2. Deze prediking draagt vrucht. Jezus heeft haar hart getroffen. Zij gaat naar de stad, om te vertellen Wien zij ontmoet heeft. Treffend is: „Die mij gezegd heeft, alles wat ik gedaan heb (vs. 29 en 39). Hieruit blijkt dat zij ontdekt is aan haar zonde, en in Christus zoekt de vergeving voor haar misdaden. Hij is voor haar de Zaligmaker der wereld (vs. 42).

3. Dit gesprek wekt de verwondering van de discipelen, die van de stad terugkeeren, waar zij eten gekocht hebben.' Jezus onderwijst hen over Zijn spijze en Zijn werk; over den oogst, die binnengehaald zal worden. Hij zaait, en Zijn discipelen zullen straks maaien (vs. 27, 31—38).

III. Jezus en de Samaritanen.

A. üe prediking van de vrouw.

1. De komst der discipelen heeft het gesprek met de vrouw afgebroken, maar niet te vroeg.

Zij heeft den Messias gevonden, en gaat nu haastig naar de stad, om haar stadgenooten het groote nieuws te verkondigen. Haar waterkruik laat zij staan; zij is dus voornemens terug te keeren. Zij wordt zoo een „zendelinge van den Messias" (vs. 28, 29).

2. De inwoners van Sichar wijzen de boodschap van de vrouw niet ongeloovig af, maar, getroffen door haar bekentenis gaan zij uit, om Jezus te zien (vs. 30). Hierin beschamen zij de Joden.

3. Hierin openbaart zich de heerlijkheid en kracht van Gods genadewerk. Het goede zaad brengt honderdvoudige vrucht voort, en zij die gezegend worden, zijn anderen tot zegen. Wij moeten het voorbeeld der vrouw volgen, en anderen deelgenoot maken van het evangelie, dat wij mochten hooren. Wie door Christus verrijkt is, kan niet zwijgen.

B. De prediking van Jezus.

1. De Samaritanen gelooven eerst om het woord der vrouw, en vragen den Heiland, dat Hij bij hen blijft. (Historisch geloof). Jezus voldoet aan dat verzoek, en vertoeft er twee dagen om hun het Evangelie te verkondigen (39, 40).

2. Dan gelooven zij om Zijns Woords wil, en komen zij tot het zaligmakend geloof: „wij weten, dat Deze waarlijk is de Zaligmaker der wereld" (vs. 41, 42).

3. Zoo gaan de Samaritanen de Joden voor in Gods Koninkrijk. Een verblijf van twee dagen brengt hen tot het

Sluiten