Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

teekenis voor het verstaan van het koninkrijk der hemelen, maar ze teekenen in fijne en scherpe trekken ook ons gewone menschenleven, b.v. het spelen van de kinderen, de houding van den vader tegenover den verloren zoon; het egoïsme van den priester en den leviet. Zij zijn ook van groote sociale waarde.

C. De gelijkenis van den verloren zoon.

1. Als voorbeeld diene deze gelijkenis. Drie hoofdfiguren. Eerst de zoon die afdwaalt, in de ellende geraakt, tot zichzelf komt, tot zijn vader terugkeert met berouw en boete. De afgezworven zondaar mag wederkeeren, door Gods genade getrokken, en hij komt weer met de betuiging: ik heb gezondigd.

2. De tweede figuur is de vader, die zijn zoon niet weigert, en hem niet koel ontvangt, maar hem tegemoet komt, en blijde is. De vreugde over het weervinden. Blijdschap in den hemel. De verheerlijking Gods in de redding van zondaren.

3. De derde figuur is de oudste zoon, die geen blijdschap kent. De zelfvoldane, die van geen verlorenheid weet, maar ook niet kent de vreugde van het vaderhart. Zoo dicht bij den vader en geen feest gevierd. Het farizeïsme in zijn werkheiligheid. De mensch in zijn zelfvoldaanheid.

Bronnen:

Van Andel, Handleiding; Van Andel, Het Evangelie van Lukas, (op Lukas 15); Sillevis Smitt, Handboek II, blz. 167 e.v. 182 e.v.; Snoek, Leerboek, blz. 133 e.v.; Renkema en R. J. W. Rudolph, De gelijkenissen.

Vragen:

97. Maak uit de H. S. duidelijk het onderscheid tusschen het Koninkrijk, door den Heere Jezus gepredikt en hst Koninkrijk zooals het vleeschelijk Jodendom het verwachtte.

98. Waarom noemen wij Matth. 5 tot 7 de bergrede?

99. Een gedeelte van Matth. 7 heeft men wel eens de toepassing op de bergrede genoemd. Welk gedeelte zou bedoeld zijn?

100. Toon met bewijzen aan, dat Christus' Woord zich telkens aansluit aan het Oude Testament.

101. Wat was het doel, waartoe de Heiland zich van gelijkenissen bediende?

102. Waarom kan men een gelijkenis geen fabel noemen?

Sluiten