Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Handboek II, blz. 140 e.v.; Snoek, Leerboek, blz. 126 e.v.;

G. Wielenga, De wonderen van den Zaligmaker.

Vragen:

105. Wat is een wonder? Waartoe dienden 's Heilands wonderen?

106. Hoe kan men de wonderen mdeeien!

107. Wie doet wonderen?

108 Noem eens enkele wonderen, waarvoor God engelen en enkele andere, waarvoor Hij menschen heeft gebruikt.

109. Spreekt de H. S. ook van wonderen door Satan of door den

110. Noem eens eenige genezingswonderen, eenige natuurwonderen en eenige verschijningswonderen .... t • y, „ ,

111 Wat is het wonder der wereldgeschiedenis, en wat is wonder der levensgeschiedenis van den geloovige. , . ,

112 De Heiland triomfeerde door Zijn wonderen ook over den duiv . Zijn de bezetenen lieden geweest, die door krankzinnigheid waren aangetast?

SCHETS XV.

Jezus en de Dooper.

I. De arbeid van Johannes, na den doop

van Christus.

A. Hij predikt Christus.

1. Wanneer Jezus is gedoopt en van den duivel is verzocht in de woestijn, breekt het oogenblik aan, dat Hij publiek onder het volk optreedt. Dan houdt Johannes niet terstond op met prediken en doopen. Neen, hij gaat voort om het volk voor te bereiden en te wijzen op Christus Jezus. Deze staat in het middelpunt van zijn prediking, en hij blijft van het Licht der lichten getuigen.

2. Dit blijkt uit Joh. 1 : 15, 27, 34, waar hij den Heiland predikt als den Christus, den Zone Gods; uit Joh. 1 : 29, 35, 37, waar hij Hem verkondigt als het Lam Gods, en uit Joh. 3 : 22—30, waar hij spreekt van Christus als den Bruidegom, Wiens vriend hij mag zijn.

3. In die drie namen ligt de gansche beteekenis van den Heiland uitgedrukt. Eerst het Zoonschap, waarop alles rust. Dan het Messiasschap, waardoor alles wordt verworven.

Sluiten