Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

belijdenis is zuiver en waarachtig. Hij wordt om deze bekentenis zalig gesproken.

3. Op deze belijdenis van Petrus bouwt Christus Zijn gemeente. Niet op Petrus persoonlijk, maar op den belijdenden Petrus. De gemeente krijgt dus terstond een belijdenis als fundament, waarin de scherpste veroordeeling ligt van hen, die een belijdenislooze kerk willen, of de basis zoeken te verslappen. Ook organiseert Christus hier Zijn gemeente tot een instituut, waarvan aan de apostelen de regeering wordt gegeven. Op hun woord sticht Jezus Zijn kerk; alleen is hun macht een bedienende macht. (Zie schets over het apostolaat).

B. Hoe deze prediking geschiedt.

1. In dit beslissend moment spreekt Jezus het eerst over Zijn lijden. Van toen aan (vs. 21). In dit oogenblik dus, waarin Jezus Zich losmaakt van Israël, en Zijn gemeente institueert, openbaart Hij aan Zijn jongeren, dat Zijn weg loopt door lijden en sterven, en dat de heerlijkheid alleen bereikt wordt door verwerping en dood heen.

2. Jezus doet dit nog niet in scherpe lijnen. Zijn lijdensaankondiging neemt gaandeweg in scherpte toe. Hier spreekt Hij slechts in het algemeen van lijden en gedood worden, en niet in 't bijzonder zooals later van geeseling en kruisdood. Wel heeft Christus ook toen reeds geprofeteerd van Zijn opstanding, en zelfs gezegd, dat die ten derden dage zou geschieden. Om Zijn door de lijdens-profetie ontroerde jongeren te troosten, wijst Hij hen terstond op Zijn overwinning over den dood. Zij zijn dus allerminst te verontschuldigen, dat zij later bij de verrijzenis zelve, zich hiervan niets herinneren. Christus is terstond begonnen, hun deze heerlijkheid te toonen.

3. Reeds bij deze eerste lijdensaankondiging wordt Christus verzocht, om niet dien weg op te gaan. Petrus zegt in zijn onstuimige liefde en ondoordachten ijver: dit zal U geenszins geschieden. Hij zal er voor zorgen, dat de overpriesters zoo iets met Jezus niet doen. Maar onbewust is hij in dit zeggen een instrument van satan, die den Zoon des menschen van het kruis wil afhouden, om zoo het verzoeningswerk te verijdelen. Vandaar het scherpe antwoord van Jezus tot Petrus, waarin het blijkt dat satan het niet wint. Christus wil het kruis dragen. Hij wil het werk des Vaders doen, en voor ons lijden en sterven. Dit komt ook uit in de verdere vermaning aan Zijn discipelen. Zijn weg is de weg van het kruis.

Sluiten