Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II. De 1 ij densaankondiging bij de verheerlijking op denberg. (Matth. 17 : 1—13; Marcus 9 : 2—13; Lukas 9 : 28—36.

A. Wanneer die lijdensaankondiging plaats vindt.

1. Jezus gaat met Zijn drie liefste discipelen: Johannes, Petrus en Jacobus op den berg om te bidden. Daar, op den Thabor, wordt ineens 's Heilands gedaante veranderd. Hemelsch licht omschijnt Hem. Zijn aangezicht blinkt als de zon. Zijn kleederen zijn wit als sneeuw. Twee mannen staan bij Hem, n.1. Mozes en Elia, die Hem spreken over Zijn uitgang te Jeruzalem.

2. De beteekenis van deze dingen is, dat Jezus krachtens Zijn eigen gehoorzaamheid zonder lijden en sterven de heerlijkheid kon ingaan. Maar dan zou Hij alleen voor Zichzelf de heerlijkheid beërven, waarvan de verandering Zijner gedaante de profetie is. Die ingang in den hemel wordt Hem hier getoond. Maar tegelijk openbaren Mozes (de wet) en Elia (de profetie), Hem Zijn uitgang, d.i. Zijn lijdensuitgang uit Jeruzalem, die noodig is om onze zonden, en om de vervulling der profetie. Wat kiest Jezus? Gaat Hij met Mozes en Elia den geopenden hemel binnen, dan zijn wij verloren, maar blijft Hij alleen achter, dan wil Hij voor ons lijden en sterven, en is er voor ons behoudenis. Jezus kiest voor het laatste.

3. Petrus wil drie tabernakelen maken, en toont het werk van Christus niet te begrijpen. De Vader spreekt zijn Amen uit over de lijdenskeuze van den Zoon, waarin Hij vrijwillig Zich in den dood geeft om Zijn verlossingsraad uit te voeren.

B. Hoe deze prediking geschiedt.

1. Bij dit gewichtig moment, waarin Jezus kiest voor lijden en dood, spreekt Hij weer over Zijn sterven. Eerst tegenover Zijn drie discipelen, die Hij verbiedt iets te zeggen van hetgeen zij gezien hebben, dan wanneer de Zoon des menschen uit de dooden zou opgestaan zijn (Mare. 9:9). De Heiland geeft hun dus een verklaring van hetgeen op den berg geschied is, en maakt hun weer bekend met den weg des doods, dien Hij moet bewandelen.

2. Deze lijdensaankondiging herhaalt Christus later voor alle jongeren. Wanneer Hij voor goed Galilea verlaat (Marcus 9 : 30), spreekt Hij weer over Zijn lijden en sterven (vs. 31). Hij verzwijgt hun dus het doel van de reis niet, maar openbaart hun, dat Hij nu heengaat, niet om een aardsche kroon te verwerven, maar om door Zijn volk te worden uitgewor-

Sluiten