Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pen. Ook dan dringt dit woord niet tot de jongeren door, en zij durven Christus niets vragen (vs. 32).

3. In deze lijdensaankondiging is Jezus reeds veel duidelijker. Hij spreekt niet alleen in het algemeen over lijden en sterven, maar over overleveren en dooden, en weer over Zijn opstanding. Zoo rijst langzaam in de verte het kruis uit de nevelen op. Nu gaan zij naar Jeruzalem, en hoe dichter zij de heilige stad naderen, hoe scherper de vormen van het kruis worden.

Bronnen:

Van Andel, Handleiding en Het Evangelie van Lukas; Sillevis Smitt, Handboek; Kuyper, Zijn uitgaan uit Jeruzalem; Snoek, Leerboek.

Vragen:

145. De Heiland vraagt, wat de menschen van Hem zeggen en ontvangt antwoord (Matth. 16 : 14). In welken vorm geven de Modernen van onzen tijd hetzelfde antwoord?

146. „Van toen aan" (Matth. 16 : 21). Maar heeft de Heere dan niet den ganschen tijd Zijns levens op aarde geleden?

147. Welk verschil is er tusschen de wijze, waarop Mozes en Elia afscheid genomen hebben van dit leven en den uitgang, dien Jezus volbrengen zou te Jeruzalem?

148. Was de wolk (Matth. 17 : 5) een teeken van Gods tegenwoordigheid? Kent ge daarvan meer voorbeelden uit de Heilige Schrift?

149. De kerk is blijkens Matth. 16 : 18 gebouwd op de belijdenis van Matth. 16 : 16. Wat volgt daaruit voor een genootschap met leer vrijheid? ... .

150. Waarom moest het drietal discipelen bij de verheerlijking op den berg tegenwoordig zijn, terwijl zij er toen toch niet van spreken mochten?

151. Had de ware menschelijke natuur van Christus die gebeurtenis op den berg noodig?

152. Leert de verheerlijking op den berg ons iets omtrent wat er gebeuren zal met de geloovigen, die op den dag van s Heerenwederkomst levend zullen zijn overgebleven?

Sluiten