Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor de eer des Vaders, welke daad de vijandschap nog meer prikkelt. Christus trotseert echter alles, en Hij bindt den laatsten strijd aan in het besef der overwinning.

2. Deze laatste dagen besteedt Jezus om in den tempel te leeren. 's Nachts is Hij in Bethanië, waar Hij rust vindt in het huis van Lazarus, maar overdag is Hij in den tempel leerende. Hij wijkt niet van deze plaats. Hier in het centrum van Israëls religie spreekt Hij Zijn laatste woorden, en hier voert Hij als Profeet de eindworsteling.

B. De strijd met de leidslieden des volks.

1. De overpriesters probeeren nog Jezus in Zijn woorden te vangen, om zoo tegenover het volk sterk te staan. De vraag naar den Doop van Johannes (Matth. 21 : 23—32; Marcus 11 : 27—33; Lukas 20 : 1—8); de vraag naar de schatting (Matth. 22 : 15—22; Marcus 12 : 13—17; Lukas 20 : 20—26); de vraag naar de opstanding der dooden (Matth. 22 : 23—33; Markus 12 : 18—27; Lukas 20 : 27—40); de vraag naar het groote gebod van de wet (Matth. 22 : 34_46; Marcus 12 : 28—37; Lukas 20 : 41—44).

2. Christus blijft bij al deze strikvragen overwinnaar, en ontdekt de oversten aan hun goddeloosheid, in vier gelijkenissen. a. de twee zonen (Matth. 21 : 28—32); b. de wijngaardeniers (Matth. 21 : 33—41; Marcus 12 : 1—9; Lukas 20 : 9—16); c. de hoeksteen (Matth. 21 : 42—46; Markus 12 : 10—12; Lukas 20 : 17—19); d. het koninklijk bruiloftsmaal (Matth. 22 : 1—14; en vooral de slotrede, met haar veelvoudig wee u (Matth. 23 : 1—39; Marcus 12 : 38—44; Lukas 20 : 45, 46; 21 : 1—4). De vervloeking van den vijgeboom (Matth. 2 : 18—22; Marcus 11 : 12—14; 20—26) is het beeld van Israëls vervloeking.

C. Jezus en Zijne discipelen.

1. Christus predikt hun zeer duidelijk Zijn lijden en sterven. Vraag van de Grieken. Beeld van het stervend en vruchtdragend tarwegraan. Keuze van het lijden, om den Vader te verheerlijken. De stem uit den hemel, die Jezus' woorden bezegelt (Joh. 12 : 20—50).

2. Wanneer Christus uit den tempel gaat, zet Hij Zich eerst met Zijn discipelen neer tegen de helling van den Olijfberg. Profetieën omtrent de toekomst, en wel aangaande Jeruzalem's einde; den ondergang der wereld; Zijn wederkomst ten oordeel; het gericht. Gelijkenis van de tien maagden; van de talenten. Teekening van het laatste oordeel. Jezus besluit Zijn profetische werkzaamheid met de profetie van het einde. (Matth. 24, 25; Markus 13; Lukas 21).

Sluiten