Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in majestueuze heiligheid. In Zijn zwijgen is de minachting voor dezen eerloozen koning.

3. Herodes laat, spijtig over Jezus' weigering, Hem beschimpen. Spotmantel. Hoon. Bespotting door de Joden. Dan zendt hij Hem terug naar Pilatus want hij is ook verlegen met Jezus. Herodes en Pilatus worden weer vrienden.

C. Het tweede verhoor voor Pilatus. (Matth. 27 : 15 e.v.; Mare. 15 : 6—11; Luk. 23 : 13—19, Joh. 18 : 39 e.v.).

1. Pilatus krijgt Jezus terug, ondervraagt Hem weer; vindt geen schuld in Hem: kan het volk niet bewegen, en vreest hun aanklacht bij den keizer. Hij stelt de keuze, Barnabas, een ruwen revolutionair, en Jezus. In dat oogenblik wordt hij gewaarschuwd door den droom van zijn vrouw, maar van dat oponthoud maken de oversten gebruik om de schare te bewegen voor Bar-abbas te kiezen. Pilatus geeft Jezus over. Kruist Hem.

2. Theatrale handeling van Pilatus, doordat hij zijn handen wascht. Het volk lacht er om. Zijn bloed kome over ons en onze kinderen. De stadhouder tracht het medelijden op te wekken, door Jezus, Die gegeeseld is, met spotkleed en doornenkroon aan het volk voor te stellen. Zie den mensch. Maar des te meer: kruist Hem. Nog een laatste ondervraging. Jezus bekent Gods Zoon te zijn (Joh. 19). Weer leidt Pilatus Jezus uit. Zie uw Koning. De Joden roepen: Wij hebben geen koning dan den keizer.

3. Dan geeft Pilatus Jezus over tot de kruisiging. Hij wordt uitgeleid, dragende het vloekhout, Jnet nog twee moordenaren. Uitgeworpen door Zijn volk uit Jeruzalem.

Bronnen:

Van Andel, Handleiding, blz. 397 e.v.; Van Andel, Het Evangelie van Lukas; Van Andel, Het Evangelie van Johannes; Van Andel, Jezus' laatst vaarwel; Sillevis Smitt, Handboek II, blz. 231 e.v.; Snoek, Leerboek, blz. 165 e.v.; Biesterveld, Van Bethanië naar Golgotha; Knap, De Man van Smarten; Kuyper, Zijn uitgang uit Jeruzalem; Sikkel, Zie het Lam Gods.

Vragen:

169. Werk de drieledige gedachte eens uit: de voetwassching is een toonbeeld, een voorbeeld, een zinnebeeld.

170. Hoe blijkt in de worstelingen van Gethsémané, dat de menschelijke natuur van Christus wezenlijk was?

171. Wat is de reden van 's Heilands z w ij g e n, wat is de

Sluiten