Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en alle drie komen later in het N. T. als leden der Christelijke kerk voor. Zie Hand. 13 : 1, Romeinen 16 : 17. Hij heeft dus Christus leeren kennen.

B. De weenende vrouwen.

1. Met dezen stoet zijn vrouwen uit Jeruzalem meegeloopen, met haar kinderen aan de hand of op de afmen. Haar vrouwelijk gevoel wordt getroffen door het lijden van Hem, Die nooit anders dan goed gedaan had. Zij beweenen en beklagen Hem.

2. Jezus wijst haar klacht af. Weent niet over Mij, etc. Hij vergeet eigen lijden, en ziet voor Zich alle ellende, die over de Joden komen zal. Op den kruisweg toont Hij nog mededoogen met Zijn volk.

3. Tevens voorspelt Hij het verschrikkelijk einde van de heilige stad, en waarschuwt Zijn volk.

II. Op G o 1 g o t h a.

A. De kruisiging.

1. De kruisdood is een straf, die de Romeinen van de Carthagers hebben overgenomen, en welke toegepast werd o.a. op rebellen. Een kruiseling was een uitgeworpene door hemel en aarde. Van God vervloekt. Jezus wil dien dood bewust sterven, en weigert daarom den gemirreden wijn, die verdoovend werkte.

2. Hij wordt gekruist tusschen twee moordenaars; met de misdadigers gerekend. De soldaten dobbelen om Zijn rok. Bespot door Zijn vijanden.

3. Het opschrift boven het kruis. Protest van de Joden. Pilatus weigert het weg te nemen.

B. De kruiswoorden.

1. De eerste drie.

a. voor Zijn vijanden (Vader, vergeef etc.);

b. voor Zijn moeder (Vrouw, zie etc.);

c. voor zondaren (Heden, etc.).

2. Het vierde; het geweldige waarom in de verlatenheid van God.

3. De laatste drie, stervenswoorden:

a. Mij dorst: (om bewust te sterven);

b. Het is volbracht;

c. Vader etc.

III. Van Golgotha.

A. De teekenen bij Jezus' sterven.

1. Als Jezus sterft, en wanneer dus het lijden op Golgotha is geëindigd, gebeuren er geweldige teekenen. Eerst in de

Sluiten