Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

203. Hoe is het te verklaren dat een Moorsche Kamerling naar Jeruzalem opging om te aanbidden?

204. Waar noemde men de belijders des Heeren voor het eerst Christenen en waar komt die naam nog meer in het Nieuwe Testament voor?

205. Stefanus was diaken. Blijkt uit het boek der Handelingen, dat diakenen nog meer deden dan stoffelijke gaven uitdeelen?

208. Was de vervolging voor de gemeente enkel nadeel? Of droeg ze nog goede vruchten? Welke?

207. De Kamerling is gedoopt. Door onderdompeling of besprenging? Waarom doopen wij door besprenging?

208. Zouden wij de bezoeken van Petrus aan gemeenten in het Joodsche land (Lydda, Joppe) geen kerkvisitatie kunnen noemen? Wat is het doel van kerkvisitatie?

SCHETS XXVII.

Paulus.

I.

I. Paulus' Jeugd.

A. Afkomst etc.

1. Paulus (Saul) geboren te Tarsen in Cilicië; uit joodsche ouders; uit den stam van Benjamin; ijverige en zelfs fanatieke joden (2 Cor. 11).

2. Zijn vader had ook romeinsch burgerrecht, wat voor Paulus later van veel beteekenis is geweest. Hij woont in de handelsstad Tarsen. Centrum van verkeer. Zoo komt Paulus in aanraking met de oostersche en westersche cultuur. In Tarsen is een beroemde universiteit.

B. Ontwikkeling etc.

1. Door zijn afkomst is Paulus op de hoogte met de Heilige Schrift, en hij bekwaamt zich in zijn vaderstad in allerlei kennis van de heidensche wereld. Het is niet zeker of Paulus een academische vorming heeft genoten, of dat hij tentenmaker van beroep was en zichzelf heeft opgewerkt.

2. Paulus komt in Jeruzalem. Ten tijde van Jezus' omwandeling. Daar zit hij aan de voeten van Gamaliël, een der 7 groote rabijnen. Hij wordt onderwezen in de wet. Zoo voltooit zich zijn ontwikkeling. Hij is dus op de hoogte met de kennis der bijzondere en der algemeene openbaring.

II. Paulus' bekeering. (Hand. 9).

A. Omstandigheden etc.

1. Paulus heeft zich in Jeruzalem aangesloten bij de partij der farizeërs, die in die dagen veel propaganda maak-

Sluiten