Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vervreemd is, leeft hij onder de heerschappij der zonde. En het hart is door de inklevende verdorvenheid niet anders dan eene vuile bron, waaruit een stroom van ongeregtige dingen aanhoudend opwelt. Maakt nu de mensch zich door eene enkele overtreding van de wet den vloek ^ waardig; hoeveel te meer door die honderdtallen, door die duizendtallen van zonden , die hij met gedachten, woorden en werken begaat ? Wie zal die 'kracht der zonde in hem verbreken?

Hij moet echter niet alleen van de heerschappij ^ der zonden, maar ook van de mant des satans worden viijge maakt. Door de zonde heeft de satan een zekere magt over den mensch verkregen. De Satan is de geweldige, de sterk ge' wapende, die zijn liuis bewaart. Hoe zwaar het juk dei dienstbaarheid ook was, waaronder Israël moest zuchten; het juk des Satans is veel zwaarder en zijne slavernij vee schrikkelijker. Hij heeft het vermogen om het hart te beheerschen, den oogen te yerblinden en om den mensch te houden in dienstbaarheid. Hij heeft ons overwonnen en va» wien iemand overwonnen is, dien is hij ook tot een dienst knecht gemaakt. Hij heeft zijnen troon in het harte, e» het hart dat door Hem beheerscht wordt, is gezet op d« : begeerlijkheid des vleesches, op de begeerlijkheid der oogei' en op de grootschheid dezes levens. In één woord : he : hart is vervuld met wapenen van opgeloof, van onkuii' de, van vijandschap, van hoogmoed tegen den Heere, zij1' dienst, zijn woord en zijn volk; terwijl des Satai' magt geëerbiedigd en zijn wil gedwongen? neen gewl. lig gehoorzaamd wordt. »De God dezer eeuw" zegt Apostel, «heeft de zinnen verblind, namelijk^ der ongelooj vigen; opdat hun niet bestrale de verlichting van i'6. Evangelie der heerlijkheid van Christus, die het bee ^ Gods is." De mensch aldus levende onder de verbli^ ding en de overheersching des Satans, kan zich ontijl gelijk aan zijne handen onttrekken, maar verkeert^ ome de magt eener duisternis, die verschrikkelijker en in eeJ slavernij, die veel zwaarder is, dan die van Egypte. ^ min de mensch zich nu aan de heerschappij der zond^ , onttrekken of zich van zijne schulden tegenover den i

vaardigen Regter regtvaardigen kan; zoo min kan hij 55' > van de smetten reinigen en uit de magt des Satans bevrij' ® (j Jacob moet verlost worden door één, die sterker is dan (, Ik sprak eindelijk nog over het geweld des doods. Ij bezoldiging der zonde is de dood. De dood, hoe verse 1 |. kelijk is hij niet? De sterkste banden worden door f verbroken. Waar hij komt en hij komt tot. allen, vV j,jj *( welk mensch leeft er die den dood niet zien zal? waar

A

Sluiten