Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den Heere mijne ziel en al wat binnen in mij is Zijnen heiligen Naam."

Maar zijn wij allen nu zoo gelukkig, dat wij den Zoon als Vrijmaker hebben leeren kennen? Ach 1 ik vrees dat ei velen zullen zijn, die maar zorgeloos voortleven, zondei zich zeiven ooit te onderzoeken en te vragen, in welk een staat zij verkeeren? Velen zijn er, die de vrijmaking onnoodig achten; velen zijner, die zich met eene denkbeeldige vrijmaking tevreden stellen; maar velen zijn er ook, die waarlijk in die vrijmaking mogen deelen.

Yelen, zeide ik, leven zorgeloos voort; uit onverschilligheid omtrent hunne eeuwige belangen, bekommeren zij zich om die vrijmaking niet; maar stellen in de genietingen der wereld hun hoogst vermaak. Hoe velen, die de dienst van God steeds verachten en de wereld en de zonde blijven aanhangen. Vervreemd van de ware kennis, merken zij het gevaar niet dat hun dreigt, en zoo voortgaande, zal, ofschoon zij zich zeiven vrede beloven, een schrikkelijk, haastig verderf hun overkomen. Wanneer we een ter dood veroordeelden zagen, die vergenoegd was in de banden, die hij zich zeiven had veroorzaakt, zouden wij hem zeker voor een krankzinnigen houden. Maar is het met den mensch anders gesteld? Ach! ongelukkigen in ons midden, wat zal het u schrikkelijk zijn, wanneer het vonnis ten volle over u zal worden uitgevoerd, en hoe zullen uwe banden knellen, als gij met eeuwige ketenen der duisternis zult bewaard worden. O! ik bid u, leert eens acht geven op uw gevaar. Laat de roepende stem des Vrijmakers eens door u worden gehoord. Wat hebt gij tegen Hem? Wat hebt ge tegen Zijn werk? Wat hebt ge tegen de vrijheid? Buiten den Zoon is er geene verwachting. Daarom gebondene, ga uit en die in de gevangenis zit, kom te voorschijn* Heden dan, indien gij zijne stem hoort, verhart uw harte niet, maar laat u leiden! _ _

Niemand bedriege zich zeiven voor die groote eeuwigheid. Want daar zijn er velen die de vrijmaking onnoodig achten, omdat zij uitwendig godsdienstig zijn ; omdat zij hunnen wandel zoo veel mogelijk naar den letter der wet zoeken in te rigten; omdat zij zich vergenoegen met «ene oppervlakkige bevatting van de waarbeden; omdat zij eene hoogachting in hun binnenste hebben voor de ware vromen, zonder dat zij echter ooit het afschuwelijke van de zonde, het verschrikkelijke van hunne ellende en de dierbaarheid van JezUS als Vrijmaker hebben leeren kennen. Wee u, gij gerusten, indien uwe geregtigheid niet overvloediger is, dan die van de Schriftgeleerden en Pharizeën, gij kunt het koningrijk

Sluiten