Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I.

Zij die van eeuwigheid door God gekend zijn, liggen onder de volstrekte belofte dat zij komen zullen, B.orn, VIII: 30. Was de belofte voorwaardelijk, zoodat hare vervulling afhing van 's menschen vrijen wil, dan mogt de Heere gerust roepen en noodigen, Hij zou geen gehoor vinden; gelijk ook velen geroepen worden, Matth. XX: 16 , maar nooit tot Christus komen. Hieruit kunnen wij zien, wat er van der Papisten en Remonstranten vrije wil te verwachten is. Men mag des menschen onmagt ten goede ontkennen; Gods Woord echter wordt door de ondervinding bevestigd. Niemand kan tot mij komen, tenzij dat de Vader, die mij gezonden heeft, hem trekke, Joh. VI: 44. Doch hoe diep de mensch ook gevallen is, de weg tot redding is zoo^ volkomen, dat er voorzeker geen klaauw zal achterblijven. Zij zullen komen; ziet, Ik zal ze aanbrengen, spreekt de Heere, vs. 8. Jezus verwierf niet alleen de vrijmaking des zondaars, maar ook de levendmaking, Ezech. XVI: 8, Eph. II : 1. Zoo is het dan eene vrije of volstrekte belofte: zij zullen komen.

Maar hoe zullen zij komen? De tekst zegt: met geween. Het voorgestelde sluit de algemeene roeping door het Evangelie niet uit, waartoe de Heere zijne Apostelen heeft uitgezonden , en nog zijne dienaren zendt; neen, hoe zullen zij in hem gelooven van wien zij niet gehoord hebben? De Heere gebruikt dezelve als een middel onder hetwelk Ilij door zijnen H. Geest het hart opent, opdat men acht geve op wat door zijn Woord tot ons gesproken wordt. Het behoort inzonderheid tot de verkondiging van het Evangelie, dat den mensch wordt voorgesteld, tot welk einde Christus gekomen is, namelijk, om te zoeken en zalig te maken dat verloren was; tevens wat het zegt: een verlorene te zijn, namelijk een mensch, die door het vonnis van een Heilig God tot den eeuwigen dood gedoemd is; een mensch, die geen deel of aanspraak heeft op eenig goed, maar onder een zwaren toorn ligt en op niets anders te rekenen heeft, dan dat die toorn zal losbarsten en over hem uitgestort worden. Zoo voorspellen zwarte wolken een hevig onweder, dat tot groote verschrikking der menschen losbarst en bittere onheilen aanrigt. Zoo ook& leeft een verloren mensch onder de zwarte wolken va» Gods eeuwigen toorn: en elk oogenblik is die toorn op liet punt om los te barsten en hem in eene eeuwige verdoemenis neer te storten, waar weening der oogen en knersing der tanden is, en nooit eenige verkwikking of vertroosting genoten wordt, maar waar hij tot straffe zal lijden het eeuwig verder; >

Sluiten