Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Emmaüsgangers, daar weder aan al zijne Discipelen, en roept hun vrede toe. Als deze bron aldus door het Evangelie baar ontsloten wordt, zoo ondervindt de ziel, dat zij geleid wordt aan de waterbeken, waar de dorst liaars harten wordt gelescljl > zij gevoelt dat zij dien Heere hartelijk liefheeft, die uit enkele liefde het kruis heeft verdragen en de schande veracht; zij stelt zich voor, nu zij uit deze fontein gedronken heeft, zal zij in eeuwigheid niet meer dorsten. Doch wat gebeurt er? Dit licht schijnt te verflaauwen, omdat de ziel het voor haar zelve niet behouden kan; de verdorvenheden beginnen in haar binnenste te woelen, en de ziel begint zich zelve te veroordeelen, omdat de zonde in haar nog niet gedood is, maar het hoofd weder opsteekt , en zij, "hoewel zij meende voortaan heilig voor God te zullen leven, met al hare pogingen de zonde niet kan overwinnen. Integendeel: nu de Ileere licht in haar heeft uitgestort, ziet zij dat de bron van haar hart nog gansch vuil is, en gedurig slijk en modder opwerpt. Dit drukt haar ter neder; zij herinnert zich wel de zoete teugen die zij dronk uit de waterbeken van de volheid van Christus, maar nu zij die liefde zoo niet gevoelt, hoort zij naar de stem, die haar in haar binnenste toeroept, dat zulk eene zalighei^ voor haar niet is. Dit maakt haar gansch verlegen; zij neemt toevlugt tot den Heere; zij roept om ontferming e»

pleit op Christus verdiensten. En zie, nu leert de Heere haar, op eigen werk den dood schrijven; nu leert zij verstaan dat : 1» haar, dat is in liasy vleesch geen goed woont; zij ziet dat zij een vollen Christus noodig heeft, om dat Gods heilig heid eene volle gehoorzaamheid vordert en deze in niemand dan in Christus te vinden is; zoodat zij thans sterft aan de wet en aan al hare eigene pogingen om Gode welbehagelijK te zijn. De Heere ziende dat deze bedroefde ziel, van vod zijn aangezigt zou overstelpt worden, geeft haar een inzig in de bereidwilligheid van Christus om als borg voor den zondaar op te treden. Zij wordt gewillig gemaakt om de' zen borg, zoo als hij zich aan de ziele geeft, aan t® nemen, °Nu ondervindt zij, dat God de Vader in Christu verzoend is, dat Hij haar om zijnentwil vrij verklaart e zweert van in eeuwigheid niet meer op haar te zullen tooi' nen, noch schelden. De Heilige Geest past dit toe a»» haar; en nu gevoelt zij zich op een regten weg, wa» zij zich niet kan stooten. Haar geweten is bevredigd orna zij voor rekening van Christus staat, aan wien zij zich zaliging heeft overgegeven. Zij wenscht niets vuriger c met de bruid uit te roepen; mijn liefste is mijn en lk ü . zijn. Wat haar ookr ontmoeten mogt, zij wil het met n

Sluiten