Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den vijand is gekeerd, maken tusschenbeiden eene besliste scheiding. „LT zullen als op Mozes beê, wanneer uw pad loopt door de zee, geen golven overstroomen," zoo zong de gemeente Gods met het oog op dezen merkwaardigen tocht, maar niet minder gedenkwaardig met het oog op Israëls vijanden. Gekomen in het midden der zee, raakt het Egyptische leger in eene volslagen verwarring begunstigd door een nacht zoo donker en duister alsof alle lichten des hemels voor althans schenen te zijn uitgebluscht. Alle voortgang in Pharao's leger werd belemmerd, alle moeite om de orde en geregelden doortocht te herstellen, bleven vruchteloos, omdat hun verderf door het besluit des hemels geteekend en door God vastgesteld was. Op Gods bevel doet Mozes de gescheiden wateren wederkeeren die gehoorzaam den last des Allerhoogsten volbrengen. Het leger des vijands overdekt door de baren, zinkt weg in de diepte alwaar het stille graf hen verbeidt en het verderf hen verwacht. Verdelgd is de vijand in dezen vloed, en door dien weg en hetzelfde water is hij uitgeroeid waaraan Israël zijne redding had te danken. Gods magt is gebleken -— de vijand verwoest — Gods volk verlost en Gods naam verheerlijkt op aarde. „Zeg den kinderen Israëls dat zij voorttrekken/' zoo klonk des IIf,eren stem in die gedenkwaardige ure waarin geen pad te zien en geen uitkomst was te ontdekken. Uitkomst heeft de Heer gegeven, Hij die 's daags Zijn gunst gebiedt. „Zingt met vreugde, gij hemelen! want de Heere heeft het gedaan; juicht, gij benedenste deelen der aarde! gij bergen! maakt een groot gedreun met vreugdegezang, gij bosschen, en alle geboomte daarin! want de Heere heeft Jakob verlost, en Zich heerlijk gemaakt in Israël. Hij is het die de teekenen der leugendichters vernietigt, en de waarzeggers dol maakt; die de wijzen achterwaarts doet keeren, en die hunne wetenschap verdwaast. „Die tot de diepte zegt: verdroog, en uwe rivieren zal Ik uitdroogen." „De Heere is een krijgsman, Heer is Zijn Naam! Hij heeft Pharaös wagenen en zijn heir in de zee geworpen: de keur zijner hoofdlieden zijn verdronken in de Schelfzee! De afgronden hebben hen bedekt; zij zijn in de diepten gezonken als een steen. O Heer? uwe regterhand is verheerlijkt geworden in magt; uwe regterhand, o Heere heeft den vijand verbroken."

„Zeg den kinderen Israëls dat zij voorttrekken, ziedaar volk van God ook ons wachtwoord, na zoovele vervlogene eeuwen bij het begin van dit nieuwe Jaar. Een gewigtig jaar ligt achter ons. De gebeurtenissen, daarin voorgevallen zijn voor ons van het hoogst belang. Geen wonder als hij, die oogen

Sluiten