Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

telen slaan en opwaarts tot eene volle aar opschieten, de genade Gods in 't hart van den zondaar oefent een welrladigen invloed uit op verstand en hart; hartstochtelijke bewegingen des gemoeds zonder waarachtige en levende kennis, zijn gelijk het zaad dat wel spoedig hoog opschiet, maar het heeft geen wortel en kan ook bij gevolg geene volle aar opleveren; daarentegen bestaat er eene beschouwende kennis en het hart blijft koud en gevoelloos, dan is er ook niet veel vrucht te verwachten. Werkt de Geest van God op verstand en hart, dringt Hij met zijne genadewerkingen door tot in de verborgenste schuilhoeken, wanneer de overtuigde zondaar na afwisseling van hoop en vrees, voortvloeiende uit zijne onderscheidene gemoedsgesteldheid in Christus zijn vast rustpunt begint te vinden, dan vertoont zich allengskens de aar. Ontvangt men door de voortdurende bearbeiding des Geestes gegronder en meer met elkander zamenhangende en geordende begrippen van eigene verdorvenheid en het toevlugt nemen tot den Heere Jezus in de volheid zijner algenoegzaamheid, wordt de hoop meer bevestigd en ten gevolge hiervan het rusten op Jezus duurzamer en bestendiger, in volle beteekenis is het dan voor het hart lentetijd, als bloeitijd der genade zulk een regt bekoorlijk en aangenaam levenssaisoen , daar al de wenschen en begeerten der ziel naar den Heere Jezus en zijne gemeenschap uitgaan. En zal nu bij een opwassen het eenmaal in de aarde geworpen zaad op zijnen tijd tot rijpheid komen, die volle ontwikkeling, die rijpheid, ziet daar de heerlijke t«ekomst die zich voor 't geloofsoog van den Christen ontsluiert. Moge de wasdom langzaam voortgaan, eenmaal wordt het graan rijp, de vrucht biedt zich aan , de maaijer zendt den sikkel in het koren en de oogst is daar. Rijp gemaakt voor eene eeuwigheid, zoo neemt zijn arbeid, zijn lijden en zijne beproevingen een einde, het goede zaad draagt rijke vruchten voor eene eeuwigheid.

Sprak de Heiland tot de schare door gelijkenissen — aan zijne jongeren, aan ons, die onder 't volle licht van 't Evangelie leven, is het vergund tot de geheimen van 't koningrijk der hemelen te mogen doordringen. En moeten nu de zaken

W O

in onze tekstwoorden, onder een beeld voorgesteld , dooreen iegelijk onzer proefondervindelijk gekend worden, zullen wij op goede gronden hope hebben in den grooten dag des oogtes als tarwe in de korenschuur des hemels te zaam vergaderd te worden, gaan wij dan ten slotte eene schrede nader om onderzoek te doen of wij waarlijk uit onzen eigenen grond zijn uitgerukt, en eene plante des Allerhoogsten geworden. Om thans geene melding te maken van hen, die met de ontwikkeling van het genadewerk Gods in 't hart van den

Sluiten