Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

f zegoen : ('a' g'j dit niet doet, want ik ben een mensch, een ; zondaar van natuur als gij , aanbidt God. Hij zou ons zeggen: Toen ik mijnen lofzang mogt zingen, mijnen zwanenzang aanheffen , heb ik niet gejuicht in de zaligheid door mij bereid , maar ik hebgezongen: Nu laat Gij, Heere! uwen dienstknecht gaan in vrede; want mijneoogen hebben uwe zaligheid gezien, die Gij | bereid hebt. En zoo roept ons Simeon, ter beantwoording deivraag : Wie heeft u gezegend? onderscheiden toe : Werpt den blik af van al wat schepsel heet, en vestigt dien op God, den God der genade en zaligheid. God had hem lief gehad met eene eeuwige, vrijmagtige en onveranderlijke iiefde, en hem, met al de vaten der barmhartigheid, met al de gunstelingen des Heeren , uitverkoren in Christus Jezus ter zaligheid." Gods liefde-oog was op Simeon gevestigd in de nooit begonnene eeuwigheid, en 's Heeren liefderaad werd in den tijd aan hem geopenbaard. Werd hij met alle Adamskinderen in zonde ontvangen en in ongeregtigheid voortgebragt, in de ure der minne breidde God Zijne vleugelen over hem uit, en daar Simeon op het vlakke des velds, vertreden in den bloede daar nederlag, dood in de zonde, zoo heette het van we*e den Heere In uwen bloede-leeft! ja, leeft! en ziet! zoo werd Simeon ■ dadelijk van de menigte onderscheiden, daar God hem uit 'lIen dood der zonde krachtdadig en genadig riep tot het leven der genade en der zaligheid. En vragen wij, in welken weg hij verder werd toebereid voor den dood,' hij I leefde onder de wet, en de volkomene vervulling der belofte Gods mogt hij niet aanschouwen, dan door° den Geest der profetie. Maar is Simeon dan volgens de wet iregtvaardig geweest voor God; heeft hij als een slaaf God gediend om loon, en heeft hij de vertroosting Israëls verdacht, volgens de wet? Helaas! de Schrift zegt immers: .Zoo velen als er uit de werken der wet zijn, die zijn onder den vloek; geen vleesch zal geregtvaardigd worden uit de ■werken der wet; zonder geloof is het onmogelijk God te ibehagen. De slaafsche vrees kan dus den Heere niet welgevallig zijn, en de wet heeft geen belofte ter vertroosting: '

& "

Sluiten