Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten van allerlei aard veronaangenamen telkens het leven. De aarde werd een tranendal, en teregt wordt gezegd van he* leven aldaar: Het is een gestadige dood. Zoo is het in het gemeen, maar zoo is het met den regtvaardige in het bijzonder. Bevestigd wordt immers het woord gewoonlijk: Vele zijn de tegenspoeden des regtvaardigen; in de wereld zult gij verdrukking hebben; door vele verdrukkingen moet men ingaan in het koningrijk der hemelen. Het leven der geloovigen, waar hij wandelt waardig zijne roeping, is niet anders dan gedurige arbeid, èn ligchamelijk, èn geestelijk. Het leven der geloovigen op aarde is niet anders dan een bestendige , dan een heete strijd. Nimmer mag hij de wapenen nederleggen; altijd heet het: Broeders! gij zijt tot strijd geroepen; staat dan, uwe lenden omgord hebbende; neemt aan de geheele wapenrusting Gods; strijdt den goeden strijd des geloofs, grijpt naar het eeuwige leven. Het leven des geloovigen, waar hij wandelt in gemeenschap met God, is een bestendig lijden. Of veroordeelt daar zijn gedrag niet het gedrag der wereld; kan hij het daar nalaten te spreken, ter handhaving van de eer van Gods Naam ? Kan hij daar nalaten de zonde te bestraffen, en zijnen naasten op te wekken tot de dienst van God, en werkzaam te wezen, anderen voor het rijk van Christus te winnen? In onze geestelooze dagen is dat wandelen in Gods gemeenschap weinig, en de geloovige, eigene zaligheid ver» waarloozende, heeft hart noch mond met opzigt tot den naaste; het lijden om Christus wil, van wege de wereld, is thans bij velen zeer weinig, maar tot beschaming der vromen moet worden gezegd: Gij zijt der wereld gelijkvormig, en nu kan zij u niet haten, daar gij het hoofd hebt gebogen en in haar schoot zachtelijk slaapt. Maar is Simeons pad niet dat des lijdens geweest? Denkt slechts aan den afval zijner dagen, denkt slechts aan zijn getuigen daartegen. Immers hij staat gekenmerkt in het heilig Boek als een regtvaardige en godvreezende mensch, en Simeon moest ook ten zijnen tijde de haat, dén laster en den tegenloop der wereld verduren. Maar nu, M. H.! ver-

Sluiten