Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tiochië gekomen was, weerstond Paulus hem in het aangezet, omdat hij te bestraffen was. Eer sommigen van Jacobus gekomen waren, at Petrus mede met de heidenen; maar teen zij gekomen waren onttrok hij zich en scheidde hij zich af, vreezende degenen, die uit de besnijdenis waren. En ook de andere joden veinsden met hem, alzoo dat Barnabas ook afgetrokken werd door hunne veinzing. Maai als Paulus zag, dat zij niet regt wandelden — let wel op T. H.! hier is geene spraak van slecht leeren, maar van niet regt wandelen — naar de waarheid van liet Evangelie, zeide hij tot zijnen medebroeder Petrus in aller tegenwoordigheid: «Indien gij, die een jood zijt, naar heidensche wijze leeft, en niet naar joodsche wijze, waarom noodzaakt gij de heidenen naar de joodsche wijze te leven? Wij zijn van nature joden en niet zondaars uit de heidenen: doch wetende dat de mensch niet geregtvaardigd wordt uit de werken der wet, maar door het geloof van Jezos Christus, zoo hebben wij ook in Jezus Christus geloofd, opdat wij zouden geregtvaardigd worden uit het geloof van Christus, en niet uit de werken der wet, daarom dat uit de werken der wet (dat zijn de zoogenaamde goede werken) geen vleesch , (geen zondig mensch) zal geregtvaardigd worden. Maar indien wij, die in Christus zoeken geregtvaardigd te worden, ook zeiven zondaars bevonden worden is dan Christus een dienaar der zonde? Dat zij verre. Want indien ik hetgeen ik afgebroken heb, dat zelve wederom opbouw, zoo stel ik mij tot een overtreder. Want ik ben door de wet der wet gestorven , opdat_ ik Code leven zou. Ik ben met Christus gekruist ; en ik leet, doch niet •neer ik, maar Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu in het vleesch leef, dat ik leef door het geloof des Zoons van God Die mij lief heeft gehad en zich zeiven voor mij overgegeven heeft. Ik doe de genade Gods niet te met; want° indien de regtvaardigheid door de wet is, zoo is dan Christus tevergeefs gestorven." Gal. II: 11—ƒ 1-

Christus en dien gekruist, was dan ook gedurig de inhoud der leer, welke Paulus aan arme zondaren verkondigde, aangezien zij , zoo wel als hij daaraan behoefte hadden. Paulus had aan die waarheid behoefte zoor zich zeiven. Wie was hij. Een geroepen Apostel, geroepen niet van menschen, maar van den Heiland zeiven; doch zijn Apostelschap kon hem niet zalig maken. Hij was een zondaar, een groot zondaar hij noemt zich zeiven den voornaamste der zondaren en daarom moest hij een' Borg en Redder hebben voor zijne onsterfelijke ziel. De zonden waarin hij ontvangen en geboren was. zoo wel als zijne andere zonden, maakten hem verdoemelijk voor God. Leefde hij, zoo hij meende, vroe-

Sluiten