Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontvangen; doch dat: »ik ben niets" wordt zoo weinig gehoord. »Ik ben wat" dit wordt veel meer gehoord en dat zelfs van hen, van wie men naar den aard der liefde het beste moet denken. Denzulken moeten wij nog eens de woorden van PaüLüS doen hooren. » Het zij verre van mij, dat ik zou roemen, anders dan in het kruis van onzen Heere Jezus Christus; door welken de wereld mij gekruisigd is en ik der wereld!" Kinderen van God! volgt daarin den Apostel na; zulk een roem is betamelijk en verheerlijkt Christus; maar de roem in u zeiven of in het schepsel vernedert Hem. Er is velerlei roem in de wereld. De een roemt op zijne eer; een ander op zijne kracht; een derde op zijne bezittingen; een vierde op zijne wijsheid en verstand; een vijfde op zijne deugden; een zesde op zijne weldadigheid; een zevende, neen T. H! vergunt mij dat ik hiermede niet voortga, waar zou het einde zijn ? Van waar komt dit? Immers daarvan daan dat de wereld God niet kent, anders zou men Hem voor alles de eere geven; het is ook een bewijs dat men zich zei ven niet kent, anders zou men met Paulus zeggen: »ik ben mets." Alle roem is uitgesloten, wie roemt, roeme in den Heere. Niet hij die zich zeiven prijst, maar dien de Heere prijst, die is beproefd.

Wilt gij dus roemen , roemt dan in het kruis van Christus; doch roemt er zóó in gelijk Paulus het deed. Er zijn ook Christenen die wel als Paulus roemen in het kruis van Christus, maar die niet met Paulus kunnen zeggen: «door welken de wereld mij gekruist is en ik der wereld." Zij scheiden wat Paulus vereenigt en zamen voegt. Het een moet met het ander gepaard gaan. Die roemt in het kruis van Christus en niet tevens daarin dat door het zelve de wereld hem gekruist is en hij der wereld, heeft zich zeiven wel te beproeven of hij het zelfde geloof als Paulus heeft. Vooral in deze dagen, zonder noemenswaardige verdrukking en vervolging om des Evangeliums wil, noemt menig een zich Christen ; maar door zijn' wandel bewijst men een vijand van het kruis van Christus te zijn; of zoo men inderdaad reeds Christen is, hoevelen zijn er dan nog, die voor de aanlokselen der wereld alles behalve onverschillig zijn. Eer, aanzien, grootheid, geld en goed bekoren hun. Zij zoeken de eer en gunst der wereld; daarom kunnen zij voor Christus en zijne waarheid niets opofferen; zij zouden dit doen als het hun niets behoefde te kosten; maar nu siddert hun vleesch als zij er aan denken, dat de wereld hun gekruist behoort te zijn en zij der wereld. Van daar dat de Heere Jezus zoo weinig navolgers heeft in deze dagen, waarin Zijne eer vertreden en Zijne zoen- en kruis verdiensten ligt

Sluiten