Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eemge weg, anders is er voor u geene ontkoming. Leest Joh, XIV: 6 en Hand. IV: 12. O! leert Jezus nog kennen. Zondaren bidt, dat gij Hem en u zeiven regt moogt leeren kennen! Smeekt Hem om Zijnen Geest, dat die u regt overtuige, besture en tot Hem leide, opdat gij zoo getrokken moogt worden uit het rijk der duisternis en overgebragt moogt worden in het koningrijk van Christus ! O! rust niet langer in uwen tegenwoordigen toestand! Heden dan, terwijl gij die stemme hoort, verhardt uwe harten niet!

Gelukkig zijt gij, Mijne Hoorders! die de waarheid, zoo als die in Jezus is, hebt leeren kennen, en er door vrijgemaakt zijt geworden. Doch onder dezulken kunnen er zijn , die zich dit voorregt, dat zij uit genade van den Heere ontvangen hebben, niet geloovig met bewustheid voor zich zeiven durven toeëigenen. Zij verkeeren betrekkelijk dit voorregt in gedurige twijfeling en vrees. En van waar komt zulks? Wel weten wij dat de Heere Zijne genadegaven naar Zijne vrijmagt uitdeelt. De eene van zijne kinderen ontvangt meer geloofslicht en kracht dan de andere, maar allen leeren toch bij bevinding de waarheid, die dooiden Heiligen Geest aanvankelijk aan hunne harten verzegeld is geworden. Zij hebben een hart, vereenigd met de waarheid , ontvangen, en als een gevolg hiervan zijn zij werkzaam geworden om hunne eeuwige belangen te behartigen, en om waarlijk vrijgemaakt te worden. Hetgeen de Heilige Schrift leert, met betrekking tot 's menschen ellende, en hoe de zondaar werkzaam is, die zijne ellende leert kennen , erkennen zij waarheid te zijn. Zij kennen bij bevinding de kenmerken die de Schrift opgeeft van het ware zaligmakend geloof. Zij bevinden zich met betrekking tot hunne heiligmaking even zoo als de Bijbelheiligen zich bevonden hebben. Lezen zij Hom. VII, dan getuigen ze: «Paulus heeft daar mijnen toestand beschreven, ik bevind mij juist zoo." En toch, zij durven het besluit niet opmaken: »Ik heb door genade de waarheid leeren verstaan en ben

Sluiten