Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T E K S T. Hebreen 13 : 13.

Zoo laat ons dan tot Hem uitgaan buiten de legerplaats, Zijne smaadheid dragende.

Gelijk alle brieven van den Apostel Paulus, zoo is ook deze brief, aan de Hebreen of Joodsehe Christenen gerigt ten deele leerstellig en ten deele zedebeslurend. Reeds heeft de t hrt .lk.nJig. geJeelte b.gon.en e„ joegt« .n dn hoofdstuk nog eenige vermaningen bij, weke betrekking he ben op de bijzondere omstandigheden, waarin de geloovige Hebreen verkeerden. Zij leefden in een tijd van vervolging en daarop hebben de vermaningen van vs. 1—7 hare betrekking, zij leefden in een tijd van verleiding en daarop zien de pligJn die van vs. 8—16 worden omschreven. De verleiding, waaraan de geloovige Hebreen waren blootgesteld, kwam van r zijde de? Israëlieten, die wel tot het Christendom waren overgedaan, maar toch nog van den ouden zuurdeesem met gezuiverd waren. Dezen zochten de Hebreen te overreden om, ofschoon zij het Evangelie hadden omhelsd, zich toch met geheel van de gemeenschap des altaars, althans niet van het eten der dankoffers af te scheiden. Dit leerstelsel zochten die verleiders smakelijk te maken door het voorwendsel, dat zij door deze toegevendheid hunne ongeloovige medebroeders des te beter voor het Christendom zouden winnen, terwijl zij den heimeliiken toeleg hadden, om langs dezen weg de Christelijke Godsdienst met de Joodsche te vermengen, en daardoor tegelijk de vervolgingen te ontwijken. De grondslag, waarop de Apostel zijne waarschuwing tegen die verleiding bouwt, is : Christus J zus is gisteren en heden dezelfde tot in der eeuwigheid. Hij waarschuwt eerst in het algemeen tegen die verleiders, veroordeelt vervolgens het eten der dankoffers wegens het nutteloot dier aardsche spijs onder den N. T. dag, wegens het schadeliike daar het de Christenen ongeregtigd zou maken tot de gemeenschapsoefening met het altaar des N T. en wegens het onbetamelijke, dewijl men daardoor ,n strijd zoude handelen met hetgeen de Ileere Jezus, als het tegenbeeld der oude zondoffers, voor Zijn volk gedaan heeft onder den dag der vervulling. In het 11e vers herinnert de Ap. aan de wet van het zondoffer en toont daarna aan, dat die in Christus is vervuld. Hieruit nu trekt hij het besluit: „Zoo laat ons dan tot

Sluiten