Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

isa

Hem uitgaan buiten de legerplaats, d. i. buiten de stad Jeruzalem, ons hart van de gansche schaduwachtige eeredienst aftrekken en ons gewillig onderwerpen aan al de mishandelingen, welke ons om Zijnentwil worden aangedaan. Welaan, zetten wij ons ter bepeinzing van die opwekking des Ap. om tot Christus uit te gaan buiten de legerplaats, Zijne smaadheid dragende; en moge het ons vergund worden u tot de behartiging dier vermaning op te wekken, waar wij u die behartiging zullen schetsen:

1 als n o o d z a k e 1 ij k met betrekking tot de plaats, die wij moeten verlaten;

2 als ge wig t vol met betrekking tot de taak, die zij ons oplegt; en

3 als o p o ff e r e n d, met betrekking tot den smaad, daaraan verbonden.

V* ij noemden de behartiging dier opwekking n o o d z a k e 1 ij k, met betrekking tot de plaats, die de geloovige Hebreen, die wij met hen moeten verlaten. De Ap. wijst die plaats van waar wij moeten uitgaan, zinnebeeldig aan, als hij zegt: „laat ons dan tot Hem uitgaan buiten de legerplaats." De legerplaats van het Joodsehe volk was onder het O. T. Jeruzalem. Daar was de tempel, de bijzondere woonplaats Gods; c'aar waren de Hoogepriester, de Priesters en Levieten, de Middelaars tusschen God en het volk; derwaarts ging Israël op om den Heere zijne offerande te brengen en llem te aanbidden. En was dat Jeruzalem eene afschaduwing van Christus' offerande, waarmede Hij in eeuwigheid heeft volmaakt allen, die geheiligd worden, dan vloeit hieruit van zelf voort, dat Jeruzalem ophield de plaats der aanbid ling te zijn en de offerdienst afgeschaft werd daar, waar Christis gekomen was en dezelve had vervuld.

Omdat het Joodsehe volk niet in Jezus geloofde als den Messias, omdat zij in Zijn lijden en gehoorzaamheid niet de vervulling zagen van de offeranden en schaduwen van Mozes wet, daarom bleven zij deze onderhouden. God had, toen Christus had uitgeroepen: „het is volbragt!" en den geest had gegeven, met het scheuren van het voorhangsel des tempels den toegang tot het binnenste heiligdom voor een ieder geopend, en waar zij er nog aan vasthielden, daar verloochenden en miskenden zij Christus' borgtogtelijk werk in het openbaar. Hoe noodzakelijk dan, o Hebreëu, om uit te gaan uit die legerplaats! De schaduwen en Christus staan nu tegenover elkander als het vóór- en tegenbeeld, zoadat wanneer gij

Sluiten